Portfolio Blok 2- Het internet is stuk, maar we gaan het repareren

Naam: Niek van den Berg

Minor: Het internet is stuk, maar we gaan het repareren

Datum: 12-01-2026

Individuele opdrachten

Manifesto

Inleiding

Ons manifesto (Bijlage 1) is opgesteld door gezamenlijk te onderzoeken welke waarden belangrijk zijn voor een digitale tool die erfgoedgemeenschappen ondersteunt. Tijdens onze gesprekken werd duidelijk dat erfgoed draait om cultuur, mensen en verhalen, en dat een digitale oplossing daarom meer moet zijn dan alleen een informatiesysteem. Het moet een platform zijn dat samenwerken, uitwisseling en toegankelijkheid bevordert.

Deze waarden sluiten direct aan bij de opdracht van onze opdrachtgever, die het verbinden en versterken van erfgoedgemeenschappen centraal stelt. Bovendien past ons manifesto binnen de Public Stack-gedachte, waarin publieke waarden zoals inclusiviteit, transparantie,

toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid leidend zijn bij het ontwerpen van technologie. Onze kernwaarden, cultuur, inclusiviteit, communicatie, toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid , geven richting aan een mensgerichte, verantwoorde digitale tool.

Kern: Ethische dilemma’s

Tijdens het ontwikkelen van de tool komen we verschillende ethische dilemma’s tegen, vooral waar onze waarden botsen met praktische overwegingen zoals geld, gemak en aandacht.

Cultuur vs. Gemak

Erfgoedinformatie moet zorgvuldig en respectvol worden behandeld. Toch moet de tool eenvoudig werken. Te veel vereenvoudiging kan culturele nuance wegnemen, waardoor we een balans moeten zoeken tussen diepgang en gebruiksgemak.

Inclusiviteit vs. Geld

Echte inclusiviteit vraagt functies zoals meertaligheid en een toegankelijke interface. Deze opties kosten echter tijd en budget. Hierdoor ontstaat spanning tussen volledige inclusiviteit en beschikbare middelen.

Communicatie vs. Aandacht

De tool moet communicatie tussen gemeenschappen verbeteren, maar mag gebruikers niet overspoelen. We willen verbinding stimuleren zonder bij te dragen aan digitale overprikkeling.

Toegankelijkheid vs. Complexiteit

Erfgoed is soms complex. We willen deze informatie begrijpelijk maken, maar niet zó versimpelen dat inhoud verloren gaat. De uitdaging is toegankelijkheid zonder afvlakking.

Gebruikersvriendelijkheid vs. Controle

Gebruiksvriendelijke functies, zoals automatische suggesties, kunnen de autonomie van gebruikers beperken. Binnen de Public Stack staat juist gebruikerscontrole centraal. We moeten dus kiezen voor functies die ondersteunen, maar niet sturen.

Slot: Persoonlijke reflectie

Voor mij laten deze dilemma’s zien dat het ontwerpen van een publieke tool meer vraagt dan technische keuzes. Ik hecht vooral waarde aan inclusiviteit en toegankelijkheid, omdat erfgoed iets voor iedereen is. Hoewel praktische beperkingen altijd meespelen, vind ik dat publieke waarden leidend moeten blijven. Een erfgoedtool moet bijdragen aan verbinding, begrip en samenwerking. Dit manifesto biedt daarvoor een duidelijke basis en helpt ons keuzes te maken die passen bij de maatschappelijke rol van erfgoed.

Bijlage 1

Morele verbeeldingskracht

Ons concept
Ons concept is een AI-gedreven zoek- en matchmachine in PC-toepassing die
erfgoedambtenaren op een intuïtieve en speelse manier verbindt met relevante
erfgoedgemeenschappen, door een matchingmodule die werkt zoals een “dating simulator”: de
gebruiker voert voorkeuren, noden of interesses in, het systeem vertaalt deze automatisch naar
slimme AI-prompts en stelt vervolgens de meest passende gemeenschappen voor. Voor elke
gemeenschap tonen we overzichtelijke, direct inzetbare content, zoals een duidelijk
contactpunt, een korte contextschets en een toelichting waarom precies deze match gemaakt
is, zodat de ambtenaar meteen gericht kan communiceren of samenwerken. Met deze moderne,
gebruiksvriendelijke tool verkleinen we de afstand tussen erfgoedambtenaren en
erfgoedgemeenschappen, vergroten we de zichtbaarheid en toegankelijkheid van initiatieven en
ondersteunen we professionals bij het doelgericht verbinden en versterken van
erfgoedparticipatie.


Tarot cards of Tech
The Smash Hit

  • Door → niet duurzaam door AI gebruikt
  • Erfgoedgemeenschappen raken overbelast
    The Backstabber
  • Foute of misleidende informatie
  • Verkeerd gematcht en paar × raakt elkaar
  • Fake accounts en events
    The Siren
  • Afhankelijk van AI dus niet duurzaam
  • Uiteindelijk geen makers meer
    The Forgotten
  • Erfgoedgemeenschappen die niet online zichtbaar zijn
  • Erfgoedgemeenschappen die over het beleid willen praten
    The Big Bad Wolf
  • Erfgoedtag (iedereen kan wat op social media zetten) (fake dingen)
  • Hetzelfde voor events
    The Radio Star
  • Het zelf zoeken (fysiek) gaat weg
  • Hetzelfde voor boeken
    The Catalyst
  • Culturele gewoonten verschuiven doordat AI de eerste stap in participatie wordt
  • Gemeenschappen passen hun zichtbaarheid aan om beter gematcht te worden
    The Service Dog
  • Minder zichtbare gemeenschappen worden eindelijk gevonden
  • Ambtenaren zien duidelijk welke groepen structureel onderbediend zijn
    The Superfan
  • Overmatig vertrouwen in AI vervangt professionele intuïtie
  • Veelgebruikers versterken onbedoeld steeds dezelfde gemeenschappen
    The BFFs
  • Verschillende werkstijlen leiden tot interne frictie
  • Gedeelde matches creëren nieuwe samenwerkingsvormen
    The Scandal
  • Foutieve AI-matches veroorzaken publieke verontwaardiging
  • Automatisch gegenereerde info onthult per ongeluk gevoelige gegevens
    Mother Nature
  • AI-berekeningen vergroten de ecologische voetafdruk
  • Gerichtere matches verminderen verspilling van tijd en middelen

3 belangrijkste ethische problemen en aanpassingen om de problemen te voorkomen

  1. Oneerlijke verdeling van aandacht tussen erfgoedgemeenschappen
    Mogelijk probleem:
    De tool kan sommige gemeenschappen vaker tonen dan anderen, bijvoorbeeld omdat ze
    actiever zijn op internet. Hierdoor krijgen kleinere of minder zichtbare groepen minder kansen
    om met ambtenaren in contact te komen.
    Ontwerpaanpassing:
    We voegen een functie toe die automatisch controleert of bepaalde groepen te weinig worden
    weergegeven. Als dat zo is, worden ze vaker voorgesteld als mogelijke match. Zo zorgen we
    ervoor dat alle gemeenschappen een eerlijke kans krijgen om zichtbaar te zijn.
  2. Onjuiste of misleidende AI-matches die voor problemen kunnen zorgen
    Mogelijk probleem:

    De AI kan verkeerde informatie gebruiken of gemeenschappen onjuist koppelen. Dit kan leiden
    tot misverstanden, verkeerde beleidskeuzes of zelfs reputatieschade voor de betrokken
    gemeenschap.
    Ontwerpaanpassing:
    We bouwen een overzichtelijk scherm waarin gebruikers precies kunnen zien waarom een
    bepaalde match is gemaakt. De AI laat zien welke kenmerken, voorkeuren of gegevens zijn
    gebruikt. Gebruikers moeten de match daarna handmatig bevestigen. Zo blijft de mens
    verantwoordelijk voor de uiteindelijke keuze en verkleinen we de kans op fouten.
  3. Milieu-impact door hoge rekenkracht van AI
    Mogelijk probleem:

    AI-systemen gebruiken veel energie, vooral wanneer er telkens nieuwe berekeningen moeten
    worden gedaan. Dit zorgt voor een grotere ecologische voetafdruk.
    Ontwerpaanpassing:
    We maken de tool duurzamer door te werken met een gedeeltelijke database. Basisinformatie
    over gemeenschappen wordt lokaal opgeslagen, zodat de AI alleen wordt gebruikt wanneer iets
    echt nieuw of complex is. Dit vermindert het aantal AI-berekeningen, waardoor de tool minder
    energie verbruikt en dus milieuvriendelijker wordt.

DAO Governance en Digitale Commons

Inleiding

In dit verslag wordt beschreven hoe de gebruiksvriendelijkheid en toegankelijkheid van het platform zijn verbeterd aan de hand van de DAO-principes (n.b.). Deze principes bieden richtlijnen voor goed platformgebruik, gemeenschapsbestuur en het ondersteunen van leden. In dit document is specifiek gewerkt met de principes 1.9 (Leden helpen regels uitvoeren), 2.4 (Nieuwe leden welkom) en 2.10 (Leden ondersteunen), omdat deze direct bijdragen aan een laagdrempelige en toegankelijke gebruikerservaring. De keuze voor deze principes is gebaseerd op eerste ideeën, feedback uit de praktijk en een interview met een erfgoedambtenaar.

Motivatie

Ik heb gekozen voor de principes 1.9, 2.4 en 2.10, omdat deze principes bijdragen aan de gebruiksvriendelijkheid van onze tool en ervoor zorgen dat deze voor iedereen toegankelijk is. Door deze principes toe te passen, wordt het voor gebruikers eenvoudiger om de tool te begrijpen en effectief te gebruiken.

Deze principes zijn bewust gekozen, omdat een groot deel van onze doelgroep beperkte digitale vaardigheden heeft. Onze doelgroep bestaat uit erfgoedambtenaren en uit een interview met een erfgoedambtenaar is gebleken dat veel van hen moeite hebben met het werken met nieuwe en technische tools. Door rekening te houden met deze behoeften kunnen we de drempel tot gebruik verlagen en de kans vergroten dat de tool daadwerkelijk wordt ingezet.

Eerste gedachten

1-9, 2.4 en 2.10 – Leden helpen goed met het platform om te gaan / uitleg om en hulp bieden
→ Dit gaan we doen door een tutorial/gebruiksaanwijzing te maken.

Omdat (vanuit feedback ambassadeur):

  • de meeste ambassadeurs zijn digibeten
  • zorgt ervoor dat de tool echt gebruikt wordt
  • in jip en janneke taal anders snappen ze het niet

in het platform:

  • gelijk in het begin instappen en mee doorheen nemen
  • of een button die je kan aanklikken wanneer je er hulp nodig is
    (moet nog keuze in gemaakt worden).

Verfijning

Doel

Het doel is om leden beter te ondersteunen bij het gebruik van het platform, zodat het daadwerkelijk en zelfstandig wordt gebruikt. Dit is met name belangrijk voor gebruikers met beperkte digitale vaardigheden.

Onderbouwing

Deze uitwerking is tot stand gekomen op basis van een interview met een erfgoedambtenaar, waarin naar voren kwam dat veel ambtenaren moeite hebben met digitale platforms en behoefte hebben aan duidelijke, laagdrempelige begeleiding. Deze bevindingen sluiten aan bij literatuur over gebruiksvriendelijkheid, waaruit blijkt dat goede onboarding en eenvoudige uitleg het gebruik van digitale tools aanzienlijk verbeteren (Norman, 2013). Wanneer informatie in kleine, overzichtelijke stappen wordt aangeboden, neemt de cognitieve belasting af en voelen gebruikers zich zekerder in het gebruik (Sweller, 1988).

Praktische uitwerking

1. Tutorial / gebruiksaanwijzing
Er wordt een korte tutorial ontwikkeld waarin gebruikers stap voor stap worden meegenomen door het platform. De uitleg is:

  • geschreven in eenvoudige, begrijpelijke taal
  • visueel ondersteund (bijvoorbeeld met screenshots)
  • gericht op de belangrijkste functies

2. Onboarding bij eerste gebruik
Bij het eerste gebruik van het platform krijgen leden automatisch begeleiding. Zij worden actief door de eerste stappen geleid, met de mogelijkheid om onderdelen over te slaan.

3. Hulp op afroep
Daarnaast wordt een hulpfunctie toegevoegd, zoals een duidelijke helpknop, die gebruikers kunnen inschakelen wanneer zij vastlopen. Over de exacte vorm (altijd zichtbaar of contextueel) moet nog een keuze worden gemaakt.

Verwachte effecten

  • Meer en consistenter gebruik van het platform
  • Minder onzekerheid bij gebruikers
  • Grotere zelfstandigheid van leden

Reflectie

Ik heb geleerd dat een tutorial voor onze doelgroep een belangrijk hulpmiddel is. Veel mensen binnen deze doelgroep hebben beperkte ervaring met het huidige internet en digitale technologieën. Omdat zij hier niet mee zijn opgegroeid, ervaren zij het gebruik van digitale platforms vaak als lastig en onoverzichtelijk.

Daarnaast heb ik geleerd dat een duidelijke en laagdrempelige tutorial kan helpen om deze drempel te verlagen. Door gebruikers stap voor stap uit te leggen hoe het platform werkt, wordt de kans groter dat zij het platform daadwerkelijk gaan gebruiken. Zonder deze ondersteuning bestaat het risico dat het platform onduidelijk blijft en daardoor weinig of niet wordt gebruikt.

Tot slot heb ik inzicht gekregen in het belang van goede begeleiding voor het succes van het platform. Een toegankelijke tutorial draagt bij aan meer vertrouwen bij de gebruiker en vergroot de betrokkenheid bij het platform.

Conclusie

Op basis van de gekozen principes, praktijkinzichten en theoretische onderbouwing kan worden geconcludeerd dat duidelijke en laagdrempelige ondersteuning essentieel is voor het succes van het platform. De uitwerking laat zien dat een tutorial, goede onboarding en hulp op afroep bijdragen aan een lagere drempel tot gebruik, vooral voor gebruikers met beperkte digitale vaardigheden. Door deze elementen te integreren in het platform wordt de kans vergroot dat erfgoedambtenaren het platform zelfstandig en consistent gaan gebruiken. Daarmee sluiten de gekozen principes goed aan bij de behoeften van de doelgroep en dragen zij bij aan een toegankelijk en gebruiksvriendelijk platform.

Bronnenlijst

DAO Governance Principles. (n.b.). DAO-principes voor governance en gemeenschapsbestuur.

Norman, D. A. (2013). The design of everyday things (Revised and expanded edition). New York: Basic Books.

Sweller, J. (1988). Cognitive load during problem solving: Effects on learning. Cognitive Science, 12(2), 257–285.

Interview met erfgoedambtenaar (2025). Persoonlijk interview, afgenomen in het kader van dit onderzoek.

OpenAI. (2025). ChatGPT (taalmodel) gebruikt ter ondersteuning bij het zoeken en formuleren van literatuur en theoretische onderbouwing.

Wat weten organisaties van mij?

Voor deze opdracht heb ik onderzocht welke persoonsgegevens een organisatie van mij verzamelt en hoe deze gegevens worden gebruikt. Ik heb ervoor gekozen om een inzageverzoek in te dienen bij Spotify, omdat ik deze dienst regelmatig gebruik en verwacht dat er veel gebruikersdata wordt opgeslagen.

Op basis van de behandelde lesstof, het data-ganzenbordspel bij de Waag en het gastcollege, verwachtte ik dat Spotify onder andere beschikt over mijn accountgegevens, luistergeschiedenis, afspeellijsten, apparaatgegevens en gegevens die worden gebruikt voor gepersonaliseerde aanbevelingen.

Helaas heb ik de gevraagde informatie niet binnen de gestelde deadline ontvangen. Ondanks dat het inzageverzoek op tijd is verstuurd, heb ik geen reactie of data van Spotify ontvangen. Hierdoor was het niet mogelijk om de ontvangen informatie inhoudelijk te beoordelen of te controleren of dit alle data betrof.

Ik vind het opvallend dat een grote organisatie als Spotify niet binnen de verwachte termijn reageert op een inzageverzoek. Dit bevestigt wat tijdens het gastcollege werd besproken: dat het in de praktijk vaak lastig is om daadwerkelijk inzage te krijgen in je persoonsgegevens.

Ondanks dat ik de opdracht niet volledig heb kunnen afronden, heeft dit proces mij wel bewuster gemaakt van mijn privacy-rechten en van de hoeveelheid data die organisaties verzamelen. De opdracht heeft mij inzicht gegeven in hoe data-inzage in de praktijk werkt en welke knelpunten daarbij kunnen ontstaan.

Stuk

Deze opdrachten passen goed bij de STUK-criteria, omdat ik heb laten zien dat een digitaal systeem niet alleen technisch bekeken moet worden, maar ook invloed heeft op publieke waarden zoals inclusiviteit. Door vanuit verschillende perspectieven te werken (ethisch, mensenrechtelijk en economisch) heb ik geleerd om technologie breder te analyseren. Ik kijk nu niet alleen naar hoe een systeem werkt, maar ook naar wat het doet met mensen en gemeenschappen.

In het onderdeel Morele verbeeldingskracht heb ik onderzocht welke problemen kunnen ontstaan bij een AI-gedreven matchingsysteem voor erfgoed. Met behulp van de Tarot Cards of Tech kon ik op een toegankelijke manier laten zien waar risico’s zitten. Zo werd duidelijk dat sommige erfgoedgemeenschappen minder zichtbaar kunnen worden dan andere, vooral als zij minder actief zijn online. Ook kwam naar voren dat te veel vertrouwen op AI kan leiden tot minder menselijke controle en verantwoordelijkheid. Daarnaast heb ik gekeken naar de impact van AI op het milieu, doordat deze systemen veel rekenkracht en energie gebruiken.

In het Manifesto heb ik verschillende morele dilemma’s beschreven die bij dit soort technologieën horen. Denk aan de spanning tussen gebruiksgemak en culturele diepgang, of tussen inclusiviteit en beschikbare tijd en middelen. Deze dilemma’s laten zien dat ontwerpkeuzes nooit neutraal zijn. Elke keuze heeft gevolgen, bijvoorbeeld voor wie wel of niet wordt meegenomen in het systeem. Door deze perspectieven te combineren, heb ik duidelijk gemaakt wat er “stuk” is aan het systeem: publieke waarden komen onder druk te staan wanneer technologie vooral wordt ontworpen vanuit efficiëntie of gemak.

Groepsopdracht

Meet the team

Team naam: Van Erfgoed, naar Erfbeter
Laurens
Studie: Communicatie & Multimedia Design
Positie binnen het team: Ondanks mijn studie, ben ik niet heel visueel ingesteld, en begeef mij meer richting
onderzoek & design op UI en UX gebied.
Hobbies: volleybal, gamen, schrijven en rappen.
Niek
Studie: Bedrijfskunde
Positie binnen het team: Vanuit mijn studie vind ik het leuk om analyses op te maken, en met mensen bezig te zijn.
Hobbies: Voetballen, sporten en gamen.
Sander
Studie: Communicatie & Multimedia Design
Positie binnen het team: Ik ben de meer visueler ingestelde CMD’er van onze groep, dus ik kan mijn teken
vaardigheden inzetten bij dit project.
Hobbies: Gamen en tekenen.

Samenwerkingsovereenkomst

  • Iedereen houdt zich aan de afspraken die hieronder worden gemaakt.
  • Indien iemand zich niet aan een afspraak of taak kan houden geeft hij dit tijdig aan.
  • We geven van te voren aan of we niet bij de les aanwezig zijn, en of we op tijd aankomen.
  • We geven duidelijke updates over waar we zijn in ons werk, en of we hulp nodig hebben bij het voltooien van onze taken.
  • Als we feedback hebben, brengen we dit netjes en redelijk, met poging om het niet tot een persoonlijke aanval te formuleren.
  • We ontvangen feedback niet als een persoonlijke aanval, en staan open voor kritiek.
  • We communiceren professioneel en als een groep met de opdrachtgever, i.p.v. individueel en los te communiceren.
  • We maken per week een taakverdeling voor wat er op het programma staat en verdelen deze eerlijk.
  • We houden ons aan de taakverdeling, als dit niet wordt gedaan zonder te communiceren zal dit een gespreksonderwerp worden. 
  • We houden rekening met ieders persoonlijke agenda, en werken samen aan iedereen zo comfortabel mogelijk te laten presteren door middel hiervan.
  • Als iemand plotseling moet stoppen met de minor, zonder goede reden, betaalt deze 20 euro per persoon aan de overige teamgenoten.
  • We hebben een vaste meeting op donderdagochtend waar we ons werk laten zien, en als het goed is af hebben voor de week, en we dit bespreken.

Handtekeningen:

Beeldverhaal

Plan van Aanpak

Debrief

Erfgoedgemeenschappen 

Deze opdracht gaat om erfgoedgemeenschappen, de term “erfgoedgemeenschappen” is een sociaalwetenschappelijk begrip, niet een woord dat direct in de Van Dale staat, maar wel te definiëren is als een groep mensen die zich vrijwillig en uit interesse bezighoudt met cultureel erfgoed.

Verdrag van Faro

Nederland heeft in 2024 het Verdrag van Faro ondertekend. Het Verdrag van Faro is een uitwerking van Artikel 27 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het benadrukt de maatschappelijke en verbindende waarde van cultureel erfgoed, en het belang van betrokkenheid en deelname door de samenleving. Niet het erfgoed zelf, maar de mens en menselijke waarden staan centraal.

Voor de implementatie van het Faro Verdrag is het essentieel om zicht te krijgen op de omvang en dynamiek van erfgoedgemeenschappen. Enerzijds om een beeld te hebben van het maatschappelijk draagvlak wat belangrijk is voor de beleidsvorming en anderzijds zodat erfgoedprofessionals hun inspanningen om participatie en samenwerking te bevorderen hierop kunnen afstemmen.

RCE – opdrachtgever

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft in het kader van dit verdrag erfgoedgemeenschappen in Gouda in kaart gebracht. Dit leverde waardevolle inzichten op, maar de methode was arbeidsintensief. Ze miste praktische handvatten om deze gemeenschappen te inventariseren. Hierbij gaat het met name om het vinden van juist de kleinere groepjes mensen die samen een erfgoedgemeenschap vormen. (BRON)

Als persoonlijk contact hebben zij Mike de Kreek en Micky van Zeijl gestuurd om met ons te communiceren. Mike de Kreek is deel van Civic Interaction Design, een onderzoeksgroep aan de Hogeschool van Amsterdam. Micky van Zeijl is zelf een lecturer aan de HvA, en is deel van het research faculteit ook aan de Hogeschool van Amsterdam. Zij werken ook weer samen met Wim Burggraaff, die werkt bij het RCE en is adviseur erfgoedparticipatie.  

Probleemstelling

De probleemstelling helpt ons een concreet idee te krijgen van wat er momenteel mis gaat en wat onze doelstelling hoort op te lossen. Dit helpt ons ook om later op terug te vallen, voor wanneer onze concepten en ideeën andere richtingen blijken op te gaan dan wat het probleem verhelpt. 

Versie 1: (Voor eerste gesprek opdrachtgever)

“Erfgoedgemeenschappen missen de mogelijkheid om hun bestaan te delen met de wereld (of gevonden te worden).”

Versie 2: (Na eerste gesprek opdrachtgever)

Na het feedback verwerkt te hebben gekregen van de externe opdrachtgever op het gebied vanuit welk perspectief de probleemstelling is geschreven, zijn we tot de volgende versie gekomen:

“Zoals wij de opdracht momenteel interpreteren is er een probleem, namelijk dat de erfgoedgemeenschappen moeilijk te vinden zijn, en daardoor ook moeilijk om mee te communiceren en dat dit, omdat zij zulke culturele invloed hebben, toch beter zou zijn als dit wordt opgelost.”

Versie 3 (Voor inlevermoment):

In de les hebben we nog wat feedback gehad over de probleemstelling, na dit verwerkt te hebben zijn we tot een definitieve versie gekomen (voor het inlevermoment):

“Erfgoed Ambtenaren en andere gebruikers die (meerdere) erfgoedgemeenschappen zouden willen vinden hebben eigenlijk geen manier om deze te vinden en mee te communiceren, en  omdat zij zulke culturele invloed hebben, zou het toch gewenst zijn een manier te vinden.”

Versie 4 (Na feedback):

Na feedback gekregen te hebben over ons opgeleverde materiaal, waar voornamelijk de laatste zin “zou het toch gewenst zijn een manier te vinden” als vrij zwak werd gezet, zijn we deze gaan verwerken en tot de volgende (en hopelijk laatste), probleemstelling gekomen:

“Erfgoed Ambtenaren en andere gebruikers die (meerdere) erfgoedgemeenschappen zouden willen vinden hebben eigenlijk geen manier om deze te vinden en mee te communiceren, en omdat zij zulke culturele invloed hebben, wat ook uitgelicht staat in het Faro verdrag, is het belangrijk dat wij de traditie en waarde levend houden i.p.v. een gebruik uit een vast verleden.”

Doelstelling

Onze doelstelling helpt ons beknopt en concreet op te schrijven wat het algemene doel, vertaald vanuit de opdrachtgever, is, en uit welke onderdelen deze zou moeten bestaan. Het is een belangrijke stap in de richting van ons design proces, waarin we finaliseren wat de opdrachtgever van ons wil, en of wij dat goed begrepen hebben en onder woorden kunnen brengen. 

Versie 1:

Het makkelijker te maken om erfgoedgemeenschappen te lokaliseren en mee te communiceren, en hierdoor meer cultuur te betrekken in de publieke waarden van de regio’s met een digitaal gevisualiseerd prototype onderbouwd met onderzoek.

Versie 2 (definitief):

En dat wat jullie graag zouden willen zien is een digitaal, open-source en duurzaam vriendelijke tool om deze gemeenschappen efficiënter te vinden, deze op een overzichtelijke manier te bezichtigen en mee te communiceren, zowel onder elkaar als vanuit jullie, zodat zij ook mee kunnen praten over het beleid. 

Succesindicatoren

Voor ons:

  • Wanneer we een overzichtelijke manier van visualiseren hebben gevonden voor de verschillende erfgoedgemeenschappen.
  • Erfgoedgemeenschappen het eens zijn met ons ontwerp, en hun belangen en meningen er in terug kunnen vinden.
  • Uit testen is gebleken dat mensen het een logisch en duidelijk ontwerp vinden, en snappen hoe het gebruikt zou kunnen worden.
  • De externe opdrachtgever, door middel van wekelijkse updates, goed op de hoogte is van ons proces en zich kan vinden in de eindresultaten.

Voor de opdrachtgever:

  • Wanneer er bruikbare lessen/materiaal in zit dat meegenomen kan worden later in het “officiële” project.
  • Verrast worden door de creativiteit van het product, en dit inzichten geeft over hoe het anders kan.
  • Wanneer het speelveld van gemeenschappen veel breder valt te omsluiten en zichtbaar gemaakt kan worden.
  • Als het een makkelijk raadpleegbare lijst voor de gebruikers wordt vanuit de verschillende perspectieven en doelgroepen.

Vragen

Week 1:

  • Wat zijn precies je ideeën om AI te gebruiken in de tool?
  • Naast het probleem van het vinden van erfgoedgemeenschappen, zijn er andere problemen, of is dit groot genoeg voor ons om op te focussen?
  • Waarom zouden die erfgoedgemeenschappen zo’n digitaal product willen gebruiken?
  • Wie precies wil dat dit digitale product ontstaat? En waarom?
  • Als u een lijstje aan stakeholders zou kunnen geven, uit welke bestaan deze allemaal?
  • Wanneer vind u het resultaat een geslaagde uitkomst?
  • Welke hulp kunt u ons precies bieden op gebied van data, contactpersonen, en extra informatie?
  • Als wij vragen hebben, stellen wij die dan alleen op vrijdag, of is er een manier om u te contacteren buiten de vrijdag?

Week 2:

  • Kunt u ons in contact brengen met een erfgoedambtenaar?

Design vragen (onbeantwoord):

  • We hoeven ons prototype niet technisch volledig te verantwoorden, het hoeft niet volledig mogelijk te zijn zolang we mensen kunnen overtuigen dat het kan. De grote vraag is dan nog, werken we met of zonder database? Open-source zoals Wikipedia?
  • Wat als actieve gemeenschappen niet meer actief worden terwijl ze in de lijst staan? Hou houden we dat bij? -> (DESIGN & BEHEER) 
  • Hoe om te gaan met bejaard imago van “erfgoed”? Erfbeter als logisch onderdeel van ons dagelijks leven.
  • Willen wij als team dit designproces ingaan met als doel om AI te zien te gebruiken voor ons prototype of niet? En hoe zouden we dit dan toepassen?

Stakeholdersanalyse

meegenomen. De tool moet aansluiten op actuele ontwikkelingen zoals participatie en duurzame toegankelijkheid, in lijn met kaders als het Faro-verdrag (Council of Europe, 2005) en het UNESCO-kader voor immaterieel erfgoed (UNESCO, 2003). Nederland ondertekende in 2024 het Faro-verdrag, dat de maatschappelijke waarde van erfgoed en actieve betrokkenheid van burgers centraal stelt. Voor de uitvoering ervan is inzicht in erfgoedgemeenschappen noodzakelijk, zodat beleid en participatie-initiatieven hierop kunnen worden afgestemd. Een digitale tool kan deze zichtbaarheid ondersteunen.

Een eerste groep stakeholders bestaat uit erfgoedprofessionals, waaronder beleidsmedewerkers, museumcoördinatoren en gemeentelijke erfgoedambtenaren. Zij gebruiken erfgoedsystemen voor registratie, documentatie en ontsluiting van erfgoed. Hun belang ligt in betrouwbare informatie, een professionele standaard en een efficiënte workflow die aansluit bij bestaande systemen. Uit onderzoek blijkt dat erfgoedprofessionals vaak onder tijdsdruk werken en dat digitalisering kan leiden tot extra administratieve last wanneer systemen niet goed zijn geïntegreerd (Boekmanstichting, 2022). Het product moet daarom gebruiksvriendelijk zijn, administratieve lasten verminderen en voldoen aan landelijke kwaliteitsnormen zoals vastgelegd in de Erfgoedwet (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2016).

Een tweede belangrijke groep bestaat uit vrijwilligers en lokale erfgoedgemeenschappen, zoals traditiedragers, heemkundekringen en lokale archiefinitiatieven. Zij leveren de verhalen, objecten en praktijken die het erfgoed vormen. Voor deze groepen zijn zichtbaarheid, erkenning en toegankelijkheid belangrijke motieven om aan een erfgoedtool deel te nemen. UNESCO benadrukt dat gemeenschappen zelf een centrale rol moeten hebben in het presenteren en beheren van hun erfgoed (UNESCO, 2003). Veel van deze groepen beschikken echter over beperkte middelen en digitale vaardigheden, waardoor ondersteuning en een laagdrempelige interface noodzakelijk zijn. Zonder goede begeleiding bestaat het risico dat sommige gemeenschappen ondervertegenwoordigd raken.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) speelt als landelijke beleidsinstelling een sturende rol in kwaliteitsborging, duurzame toegankelijkheid en kennisdeling. Met beleidskaders voor digitaal erfgoed en participatie (RCE, 2023) bewaakt de RCE de aansluiting op nationale standaarden zoals interoperabiliteit en duurzaam beheer (Netwerk Digitaal Erfgoed, 2019). Binnen het Faro-verdrag bracht de RCE erfgoedgemeenschappen in Gouda in kaart. Dit leverde waardevolle inzichten op, maar maakte ook duidelijk dat de huidige methode arbeidsintensief is en weinig handvatten biedt om vooral kleinere, minder zichtbare gemeenschappen te identificeren. Dit onderstreept de behoefte aan digitale tools die deze groepen beter vindbaar en documenteerbaar maken, in lijn met de RCE-doelstellingen rond toegankelijkheid en participatie.

Programmeurs en ICT-specialisten vormen een andere cruciale stakeholdergroep. Zij vertalen erfgoedinhoudelijke wensen naar technische functionaliteiten. Hun belang ligt in duidelijk geformuleerde eisen, een realistische scope en toekomstbestendige keuzes. De DERA-richtlijnen benadrukken het belang van eenduidige technische afspraken en interoperabiliteit binnen de erfgoedsector (Netwerk Digitaal Erfgoed, 2019). Miscommunicatie tussen inhoudelijke en technische experts vormt een risico, waardoor regelmatige afstemming noodzakelijk is.

Daarnaast spelen erfgoedgemeenschappen zelf een dubbele rol: zowel als inhoudsleverancier als doelgroep van het platform. In lijn met het Faro-verdrag moet hun stem centraal staan als mede-beheerders van erfgoed (Council of Europe, 2005). Veel gemeenschappen zijn actief op sociale media maar hebben moeite om zichzelf duurzaam online zichtbaar te maken. De tool biedt een laagdrempelige mogelijkheid om hun identiteit te presenteren, hun verhalen te delen en vindbaar te worden voor burgers, fondsen en overheden.

Ook fondsen en subsidieverstrekkers zijn belangrijke stakeholders. Fondsen zoals het Prins Bernhard Cultuurfonds en het Fonds voor Cultuurparticipatie hechten waarde aan maatschappelijke impact, zichtbaarheid en continuïteit binnen erfgoedprojecten (Fonds voor Cultuurparticipatie, 2021). Wanneer erfgoedgemeenschappen niet digitaal vindbaar zijn, wordt het voor fondsen lastiger om hun activiteiten te ondersteunen. Een goed werkende erfgoedtool vergroot dus zowel de zichtbaarheid van gemeenschappen als de effectiviteit van fondsen.

Gemeenten hebben eveneens belang bij de tool. Cultureel erfgoed speelt vaak een belangrijke rol in toeristische aantrekkingskracht en lokale identiteit. Erfgoedbezoek leidt tot economische spin-off in de vorm van horeca-uitgaven, werkgelegenheid en lokale betrokkenheid (NBTC, 2022). Een platform dat erfgoedgemeenschappen zichtbaar maakt, kan gemeenten helpen hun culturele infrastructuur te versterken en bezoekersstromen beter te ondersteunen.

Ten slotte zijn burgers een stakeholdergroep. Zij zijn een van de uiteindelijke gebruikers van de tool en hebben belang bij toegankelijk en begrijpelijk erfgoedaanbod dat aansluit op hun interesses. Het Faro-verdrag stelt dat burgers recht hebben op deelname aan cultureel erfgoed (Council of Europe, 2005), wat wordt ondersteund door digitale toegankelijkheid. Hun gebruik stimuleert de continuïteit van de tool, bepaalt de maatschappelijke waarde ervan en beïnvloedt toekomstige financiering en doorontwikkeling.

Stakeholder Map

Contextanalyse

Het probleem

Kort gezegd is het probleem dit: Er mist een praktische handvat om gemeenschappen te inventariseren, en het vinden van kleinere erfgoedgemeenschappen.

Daarom hebben we als doelstelling om te streven naar een digitale hulpmiddel die makkelijk kleine erfgoedgemeenschappen kan vinden, en hiermee contact kunnen leggen, op een duurzame en gebruiksvriendelijke manier.

De omgeving waarin het probleem bestaat

De belangrijkste verandering in de omgeving rond erfgoedgemeenschappen is het door Nederland getekende verdrag van Faro. Dit verdrag benadrukt de waarde van mensen en gemeenschap rond erfgoederen, daarom is het zeer belangrijk om deze erfgoedgemeenschappen beter in kaart te brengen en te belichten. Hiervoor spant Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zich in om erfgoedgemeenschappen te zoeken. 

Hoe het tegenwoordig wordt gedaan, het vinden van kleine erfgoedgemeenschappen, is gewoon te sloom en arbeidsintensief. Het vinden van kleine erfgoedgemeenschappen in Gouda (door Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) nam meerdere maanden in beslag, wat natuurlijk best wel veel tijd kost. Daarom heeft Mike de Kreek, van Civil Interaction Design, onze minor benaderd om een oplossing voor het probleem te vinden. 

Als we een digitaal hulpmiddel zouden kunnen ontwikkelen dat deze medewerkers van Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed mee kan helpen, dan zou dit proces veel sneller kunnen zijn. 

De spelers die mee doen

De stakeholdersanalyse en doelgroepanalyse gaan hier dieper op in, maar een aantal spelers rond deze context zijn bijvoorbeeld:

  • Erfgoedprofessionals en vrijwilligers die voor een erfgoed werken.
  • Erfgoedambtenaren van Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed die op zoek zijn naar erfgoedgemeenschappen.
  • Fondsen die erfgoedgemeenschappen kunnen steunen.
  • En natuurlijk ook de erfgoedgemeenschap zelf.

Het is dus belangrijk dat onze digitale hulpmiddel handig en makkelijk te gebruiken zijn voor al deze partijen en spelers.

De trends en beperkingen

Een mogelijke ontwikkeling waar onze opdrachtgever waarde in ziet is AI en LLM’s. Het is niet iets wat hij 100% wilt, maar hij ziet het als mogelijke hulpmiddel in het vinden van kleine erfgoedgemeenschappen. Mogelijk door AI te gebruiken als een zoekmachine die kleine erfgoedgemeenschappen kan vinden, net zoals hoe AI’s als ChatGPT bronnen op het internet kunnen vinden. 

Bij deze opdracht hebben we een aantal randvoorwaarden gekregen die we in het achterhoofd moeten houden bij het bedenken van onze design:

  • Interactie moet mogelijk worden gemaakt met verschillende groepen om te praten over erfgoed.
  • Geef een stem aan groepen die hiervoor minder zichtbaar waren en ook ontdekt worden.
  • Zorg dat er rekening wordt gehouden met de verschillende stemmen en meningen van de belanghebbenden, en dat hier op sneller kan worden gereageerd.

Het is belangrijk dus dat onze digitale oplossing voor het probleem deze verschillende randvoorwaarden zouden kunnen tackelen.  

Doelgroepanalyse

Externe opdrachtgever

Onze opdrachtgever heeft in de beschrijving van de opdracht al zelf een doelgroep beschreven, echter geloven wij dat onderzoek naar een mogelijke doelgroepen ons kan helpen een beter en meer inclusief product te maken. 

“Erfgoedambtenaren en erfgoedprofessionals van gemeenten en organisaties die aangewakkerd door het Faro-verdrag naar nieuwe manieren zoeken om overzicht te krijgen van actieve lokale erfgoedgemeenschappen” – Opdrachtgever

Doelgroepen (gebruikers):

  • Erfgoed Ambtenaren die onzichtbare partijen zoekt om cultuur te delen aan publiek
  • Erfgoedprofessionals die zich willen aansluiten bij een erfgoedgemeenschap
  • Vrijwilligers die willen helpen bij erfgoedgemeenschappen
  • Fondsen die onzichtbare partijen zoeken om bij te dragen aan een activiteit
  • Burger die erfgoedgemeenschap zoekt om hobby mee te delen
  • Erfgoedgemeenschappen die contact met elkaar zoeken

Deze gebruikers zijn uit de gezamenlijke conclusie gekomen van de klas, opdrachtgever en docenten, en zullen wij ons vast aan houden op gebied van vaste gebruikers waarvoor wij de tool gaan ontwerpen.

We zijn ook mensen van deze doelgroep van plan te betrekken bij ons designproces, waaronder vragen aan onze opdrachtgever of zij ons in contact kunnen brengen wellicht met enige fondsen of stadsgemeentes, zodat wij ook met hen later zouden kunnen testen, en vooraf wellicht kunnen interviewen.

Planning

Week 1Week 2Week 3Week 4Week 5Week 6Week 7
DebriefingStakeholder & contextIdeationConceptPrototypeTestenPresenteren
Vragen voor opdrachtgeverPVA3 ideeën + keuzeConcept + Proof of ConceptPrototypeTestplan + ResultatenPresentatie Product + Process

Week 1

Deze week hebben we een beeldverhaal bij onze opdracht moeten maken en zijn we begonnen met het maken van de debrief, en wat we hadden gemaakt gepresenteerd aan onze opdrachtgever.

Week 2

Deze week maken we onze plan van aanpak af. Hierbij moeten we de debrief finaliseren, en de stakeholders, context en doelgroepen analyseren. Dit verwerken we uiteindelijk hierboven in dit plan van aanpak. Deze gaan we eind van de week, 23 november, inleveren.

Week 3

Deze week gaan we ideation gebruiken om ideeën te bedenken voor het project, waaruit we drie verschillende ideeën uit krijgen. Deze zullen we presenteren aan onze opdrachtgever, om zo uiteindelijk een keuze te kunnen maken.

Week 4

Deze week valideren we ons idee en maken hiervoor een proof of concept, en valideren we aan het einde van de week wat we hiervan hebben geleerd.

Week 5

Deze week gaan we starten met het maken van de eerste versie van het prototype.

Week 6 

Deze week gebruiken we om onze prototype te testen met doelgroepen.

Week 7

Deze week maken we het uiteindelijke eindprototype van ons concept, en presenteren we uiteindelijk dit.

Co-creation

We zijn daarnaast van plan om mensen uit de verschillende doelgroepen actief te betrekken bij ons ontwerpproces. Hiervoor willen we onze opdrachtgever vragen om ons in contact te brengen met relevante organisaties, zoals fondsen of stads(gemeenten)instellingen. Via deze partijen hopen we toegang te krijgen tot diverse gebruikersgroepen, zodat we hen niet alleen in een later stadium kunnen betrekken bij gebruikerstesten, maar ook al vroegtijdig kunnen spreken. Door vooraf interviews af te nemen met verschillende doelgroepen kunnen we hun ervaringen, behoeften en knelpunten beter begrijpen, wat ons helpt om een goed onderbouwd en doelgroepgericht ontwerp te realiseren. 

Zo willen we in week 4 voor het proof of concept verschillende betrokkenen spreken. De betrokkenen die wij graag zouden spreken zijn: een erfgoedambtenaar, Mike, iemand die bij een erfgoedgemeenschap zit en eventueel als extra ook nog een AI-specialist. Bij deze betrokkenen willen we in week 6 dan ook ons prototype testen. 

Bronnenlijst

Boekmanstichting. (2022). Digitalisering in de cultuursector: Trends, knelpunten en kansen. Boekmanstichting.

Council of Europe. (2005). Framework Convention on the Value of Cultural Heritage for Society (Faro Convention). Council of Europe.

Fonds voor Cultuurparticipatie. (2021). Beleidskader 2021–2024: Cultuur voor iedereen. Fonds voor Cultuurparticipatie.

NBTC. (2022). Cultuur en erfgoed als motor voor toerisme in Nederland. Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen.

Netwerk Digitaal Erfgoed. (2019). Digitale Erfgoed Referentiearchitectuur (DERA).

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. (2016). Erfgoedwet: Uitleg en toepassing. Ministerie van OCW.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. (2023). Kennisagenda Immaterieel Erfgoed en participatie. RCE.

UNESCO. (2003). Convention for the Safeguarding of the Intangible Cultural Heritage. UNESCO.

Ideation

Tijdens onze ideation fase hebben we meerdere methodes ingezet om tot diverse en vernieuwende ideeën te komen. We begonnen met een individuele brainstorm van dertig minuten, waarbij iedereen op zijn eigen manier zoveel mogelijk ideeën genereerde. Laurens heeft als methode brainwriting toegepast, en Niek noteerden alle gedachten die bij hen opkwamen, zonder vooraf te selecteren. Hierdoor ontstond een brede lijst met mogelijke richtingen. Sander maakte gebruik van mindmapping om zijn ideeën visueel te ordenen en nieuwe verbanden te ontdekken.

Na deze individuele ronde kwamen we weer samen als groep. We hebben onze ideeën aan elkaar gepitched en besproken. Op basis van criteria zoals haalbaarheid, toegevoegde waarde en relevantie voor de opdracht hebben we uiteindelijk drie ideeën gekozen die volgens ons het meest kansrijk waren. Deze drie concepten hebben we vervolgens verder uitgewerkt en gepresenteerd aan onze opdrachtgever. 

Idee 1: Interactieve kaart

Ons eerste idee is het meest “simpel” en heel recht voor z’n raap ingesteld. Een interactieve kaart die voor landelijk, per provincie, regio of stad gebruikt kan worden als visueel overzicht van de gemeenschappen. Daarnaast zit er een lijst waar men extra informatie over de gemeenschappen kan vinden. Hierbij is belangrijk om te benoemen dat, liggend aan hoe je de achterkant opbouwt, er een database zonder gevoelige informatie of met gevoelige informatie kan komen.

Een voorbeeld hiervan is om een chat in te bouwen, hiermee forceer je mensen een account aan te maken, en de mogelijkheid dat als deze gehackt worden, er gevoelige informatie gelekt kan worden. Door bijvoorbeeld alleen maar een email weer te geven forceer je wel alle erfgoedgemeenschappen om een email op te geven, alhoewel je mensen ook met een chat forceert het platform te gebruiken, dus voor beiden valt er iets te zeggen.

Ook kan er gezocht worden, en dan gebaseerd op of er AI gebruikt wordt of niet, wat wel veel minder duurzaam zou zijn, kan er ook nog voor gekozen worden om een database aan te maken, wat dan wel informatie opslaat, maar wel een stuk duurzamer is om te gebruiken, in plaats van een AI die met prompts erfgoedgemeenschappen probeert te vinden, waarvan enkele misschien geen enkel bestaan op het internet hebben. 

Uiteindelijk kan er dus heel veel ideeën gecombineerd worden met het visuele overzicht van de erfgoedgemeenschappen. Wat hierbij ook namelijk valt te bewerken is een forum waar erfgoedgemeenschappen het kunnen hebben over het beleid dat voor hun van belang is, en wellicht dit kunnen bespreken met de Rijksoverheid.

Idee 2: AI-zoekmachine

Ons tweede idee is een AI-gestuurde zoekmachine die helpt om erfgoedgemeenschappen eenvoudiger en gerichter te vinden. De kern van dit concept is dat de AI eerst zelfstandig een prompt of zoekopdracht samenstelt. Deze prompt vormt de basis voor het zoekproces en zorgt ervoor dat de zoekmachine gericht kan zoeken naar relevante online activiteiten van erfgoedgemeenschappen.

Zodra deze prompt is opgesteld, begint de zoekmachine automatisch het internet te doorzoeken. Dit omvat onder andere sociale media, websites en andere online platformen waar erfgoedgemeenschappen zichtbaar kunnen zijn. De werking lijkt op hoe systemen zoals ChatGPT informatie verkennen: de zoekmachine volgt voortdurend nieuwe links en bronnen om steeds dieper te zoeken.

Een praktisch voorbeeld is het gebruik van hashtags op sociale media. Wanneer de zoekmachine een bericht vindt waarin een erfgoedgemeenschap een bepaalde hashtag gebruikt, volgt het systeem deze hashtag en kijkt het of er meer gemeenschappen zijn die dezelfde tag gebruiken. Op deze manier ontstaat een groeiend netwerk van relevante vondsten.

Een belangrijk aandachtspunt bij dit idee is dat de zoekmachine alleen gemeenschappen kan identificeren die al online actief zijn. Erfgoedgemeenschappen die nog nooit iets op internet hebben geplaatst, blijven hiermee dus buiten beeld.

Idee 3: “Dating Sim”

Onze derde idee was een applicatie waarmee mensen in aanraking kunnen komen met erfgoed en erfgoedgemeenschappen, gebaseerd op hun voorkeuren. Het idee is gebaseerd op hoe datingapps je kan filteren op voorkeur, daarom kunnen gebruikers bij dit idee dat ook doen. Zo kunnen gebruikers afstemmen op of ze als bezoeker of als vrijwilliger willen meedoen, of wat voor activiteit ze daar willen doen.

Een probleem bij dit idee is dat het geen nieuw erfgoed kan vinden, het is namelijk geen tool dat dit kan vergelijken met idee 2. Dus het helpt eigenlijk niet bij het hoofdprobleem; het ontdekken en in kaart brengen van erfgoed. Maar het zou wel een leuk hulpmiddel kunnen zijn om mensen meer in aanraking te brengen met cultureel erfgoed.

Presentatie die wij hebben gegeven aan de opdrachtgever voor de verduidelijking van onze ideeën: https://minor.88vandenberg88.nl/wp-content/uploads/2026/01/Onze-ideeen.pdf

Proof of Concept

Oplevering

  1. hoe jullie gebruikers hebben betrokken bij het valideren van jullie concept
  2. wat jullie verandert en/of verder uitgewerkt hebben n.a.v. het contact met gebruikers

Tijdens de interviews met een erfgoedambtenaar, een erfgoedgemeenschap en burgers kregen wij waardevolle inzichten in de knelpunten en behoeften die zij in de praktijk ervaren. Deze gesprekken hebben ons geholpen om kritisch naar ons concept te kijken en gerichte verbeteringen door te voeren. Op basis van hun feedback hebben wij drie belangrijke aanpassingen gedaan die de gebruiksvriendelijkheid, relevantie en duurzaamheid van onze tool versterken.

De eerste aanpassing is dat gebruikers na een match niet alleen het mailadres van een erfgoedgemeenschap te zien krijgen, maar ook een kort en duidelijk profiel van die organisatie. Uit het interview bleek dat erfgoed ambtenaren vaak op zoek zijn naar specifieke kenmerken of expertise binnen een gemeenschap. Door extra informatie toe te voegen, zoals het type erfgoed, de activiteiten en de doelgroep, krijgt de gebruiker meteen een beter beeld van waarom de match is gemaakt. Dit verhoogt de relevantie van de tool en helpt erfgoedgemeenschappen om hun zichtbaarheid te vergroten.

Daarnaast hebben we besloten om een toegankelijke tutorial toe te voegen. De erfgoedambtenaar gaf aan dat veel medewerkers binnen gemeenten en erfgoedorganisaties moeite hebben met het gebruiken van nieuwe digitale systemen. Als een tool niet duidelijk genoeg is, wordt deze in de praktijk vaak niet ingezet. Door een eenvoudige, stap-voor-stap uitleg toe te voegen over de functies van de applicatie, maken we de tool beter toegankelijk voor gebruikers met verschillende niveaus van digitale vaardigheden. Dit draagt bij aan een bredere inzetbaarheid van onze oplossing.

De derde aanpassing is de keuze om deels met een database en deels met AI te werken. De kernfunctie van de tool blijft hetzelfde: het opsporen van erfgoedgemeenschappen, ook wanneer deze nog niet in het systeem van gemeenten zijn opgenomen. Waar de oorspronkelijke aanpak AI telkens nieuwe informatie liet ophalen, gebruiken we nu een vaste database voor informatie die al bekend en stabiel is. Dit maakt de tool sneller, duurzamer en betrouwbaarder. AI wordt nog steeds ingezet om nieuwe, ontbrekende of minder zichtbare erfgoedgemeenschappen te identificeren en te analyseren. Door deze combinatie kunnen bestaande profielen efficiënt beheerd worden, terwijl de tool tegelijk nieuwe gemeenschappen blijft opsporen. Dit is een voordeel voor zowel erfgoedgemeenschappen als erfgoedambtenaren.

  1. welke waarde jullie oplossing heeft voor gebruikers en hoe hebben jullie dat hebben gevalideerd

De waarden die we hebben weten te valideren is gebruiksvriendelijkheid, er zit een enorm gat in de markt voor dit product, waar we zeker gebruik van willen maken. Ook cultuur, door niet alleen aan onze gebruikers te denken, maar ook aan de doelgroep die zij willen benaderen, namelijk de erfgoedgemeenschappen. Hierbij hebben we weten te valideren dat contact tussen gemeenten en erfgoedgemeenschappen niet altijd even soepel loopt, maar dat dit wel belangrijk is voor cultureel erfgoed, en dat dit zeker goed kan werken.

  1. Welke ethische dilemma’s jullie nog moeten oplossen en hoe jullie dat gaan doen.

Er zijn momenteel nog twee ethische dilemma’s die ons in de weg zitten. Beide sluiten direct op elkaar aan, namelijk dat het gebruik van AI niet duurzaam is, en dat een erfgoedgemeenschap toevoegen aan een database, zonder hun goedkeuring of in ieder geval ervan te weten, ook niet door de beugel gaat.

Daarom hebben we besloten beide op te lossen tegelijkertijd. We gaan het volgende doen, de AI wordt gebruikt om een dataset aan te maken, deze kan om de zoveel tijd geüpdate worden. Hierdoor wordt het een stuk duurzamer. Voor de database zijn we van plan een open-database te maken waar we alle data die wij hebben van de erfgoedgemeenschappen zichtbaar in is, dit doen we om te bewijzen aan de erfgoedgemeenschappen dat wij geen data van hen opslaan die gevoelig is, en zij niet in onze handen zouden willen hebben.

Ook sturen we een mail naar elke erfgoedgemeenschap waarbij we een mail kunnen vinden, in deze mail staat dat zij al zijn toegevoegd aan deze lijst, de bedoeling ervan en een direct contactpunt voor enige vragen. Hierbij zijn we van plan niet te veel technische onderdelen uit te leggen, maar meer te focussen op de communicatie tussen erfgoedgemeenschap en de gemeenten, en wat zij daaruit kunnen halen.

Als laatste is er nog het probleem of je AI kunt vertrouwen, en het antwoord is waarschijnlijk nee. Echter betekent dit dat je een moderator nodig hebt die alles wat de AI doet continu moet blijven checken. 

Nieuw concept

Na de interviews hebben we besloten om als doelgroep alleen te focussen op erfgoed ambtenaren, en daarom bezoekers en vrijwilligers links te laten liggen. We willen nu voor desktop een tool maken waar erfgoedambtenaren makkelijk, met behulp van AI, erfgoedgemeenschappen kunnen vinden. De AI zoekt het internet af op zoek naar erfgoedgemeenschappen gebaseerd op de zoekprompt van de erfgoedambtenaar. 

Hierbij is het ook belangrijk dat de tool makkelijk te begrijpen is voor erfgoedambtenaren die niet goed met technologie overweg kunnen, daarom is het belangrijk om een begrijpelijke handleiding/instructies bij te doen. 


De, met AI gevonden, erfgoed wordt geplaatst als een artikel in een database waar erfgoedambtenaren door heen kunnen kijken en mogelijk kunnen aanpassen. Elk artikel heeft dan een beschrijving en zo nodig belangrijke informatie, zoals contactgegevens, e-mail, website, etc. Deze erfgoedartikelen zullen bekeken worden in een lange lijst waar de erfgoedambtenaar doorheen kan zoeken, wat wel op een manier moet wat niet te intensief is voor hun computer om te kunnen weergeven. 

Planning

Week 1Week 2Week 3Week 4Week 5Week 6Week 7
DebriefingStakeholder & contextIdeationConceptPrototypeTestenPresenteren
Vragen voor opdrachtgeverPVA3 ideeën + keuzeConcept + Proof of ConceptPrototypeTestplan + ResultatenPresentatie Product + Process

Week 4

In week 4 hebben wij met verschillende stakeholders gesproken zoals een erfgoedambtenaar, een erfgoedgemeenschap en burgers. Aan de hand van deze gesprekken hebben wij een proof of concept opgesteld. 

Week 5

In week 5 gaan wij het prototype ontwikkelen. Dit gaan we doen in de lessen van dinsdag en donderdag. Ook hebben we donderdag met ons team een standaard meeting over de week en over het voorbereiden van de presentatie vrijdag. Ook zullen we deze week contact opnemen met de erfgoedambtenaar die we eerder hebben gesproken om ons prototype in week 6 te testen.

Week 6

In week 6 gaan we vooral bezig met het testen van ons prototype, dat we hebben ontwikkeld in week 5. Ook hebben we deze week weer op donderdag een standaard meeting om de week door te nemen en de vrijdag voor te bereiden.

Week 7

In week 7 zullen wij ons product presenteren aan de opdrachtgever.

Hoe wij tot ons proof of concept zijn gekomen

  • AI
  • Prompts
  • Governance
  • Gebruiker aantrekken
  • Toekomstige (voorlopige) planning
  • Test personen/interviewen
    • Erfgoedambtenaar (erfgoedgemeenschappen)
    • Mike (ai stuff)
    • Erfgoedgemeenschap persoon (gebruikersonderzoek)
    • AI specialist (extra optie)
  • Concept verantwoorden en uitwerken

VÓÓR MAANDAG:

Vragen voor Hans(?):

  • Kunt u ons op het gebied van AI specialisten in contact brengen?
  • Welke inzichten op AI ethisch verantwoorden kunt u ons geven?
  • Met de opdracht komende vanuit de overheid, hoe kunnen we het “governance” gedeelte van de public stack ethisch verantwoorden, ten opzichte van de gebruikers?

Laurens via Teams bericht naar Mike (+ groep?)

Debrief afmaken:

  • Laurens
  • Sander
  • Niek 

Ideation:

  • Methodes
  • Laurens
  • Niek
  • Sander

Concept:

Prioriteit in testen en co-creation:

  1. Erfgoedambtenaar -> Via Mike
  2. Erfgoedgemeenschap -> Via Mike/mailtje sturen
  3. Fondsen
  4. Vrijwilliger/Burgers
  1. Eventueel als Mike niks heeft: Over ons | Erfgoedmatch  

Aannames:

  • Dat fondsen betrokken willen worden bij deze innovatie
  • Dat de burgers interesse zouden hebben aan deze tool
  • Dat de meeste erfgoedgemeenschappen online staan
  • Dat erfgoedgemeenschappen gevonden willen worden
  • Dat een matching system de beste/leukste manier om weer te geven
  • Dat mail de beste manier van communiceren is voor de erfgoedgemeenschappen
  • Dat AI de meest efficiënte manier is van zoeken online naar erfgoedgemeenschappen
  • Dat de hallucinatie van AI een minimale hoeveelheid zal zijn
  • Dat onze tool op landelijk niveau gebruikt kan en zal worden

Interviewen:

  • Laurens:
    • Erfgoedambtenaar
    • Erfgoedgemeenschap
    • Erfgoedgemeenschap
    • Erfgoedgemeenschap
    • Burger
    • Burger
  • Niek
    • Erfgoedambtenaar
    • Erfgoedgemeenschap
    • Burger
    • Burger
  • Sander
    • Erfgoedambtenaar
    • Burger
    • Burger

Interview stappenplan

Aanleiding

De aanleiding voor deze opdracht heeft te maken met het feit dat Nederland in 2024 het Verdrag van Faro ondertekent. Het Verdrag van Faro is een uitwerking van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het benadrukt de maatschappelijke en verbindende waarde van cultureel erfgoed, en het belang van betrokkenheid en deelname door de samenleving. Niet het erfgoed zelf, maar de mens en menselijke waarden staan centraal.

Voor de implementatie van het Faro Verdrag is het essentieel om zicht te krijgen op de omvang en dynamiek van erfgoedgemeenschappen, dat zijn een groep mensen die zich vrijwillig en uit interesse bezighoudt met cultureel erfgoed. 

Dit wordt gedaan om enerzijds een beeld te krijgen van het maatschappelijk draagvlak wat belangrijk is voor de beleidsvorming en anderzijds zodat erfgoedprofessionals hun inspanningen om participatie en samenwerking te bevorderen hierop kunnen afstemmen.

Opdrachtgever

Onze opdrachtgever is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Zij hebben in dit kader van dit verdrag erfgoedgemeenschappen in Gouda in kaart gebracht. Dit leverde waardevolle inzichten op, maar de methode was arbeidsintensief. Ze miste praktische handvatten om deze gemeenschappen te inventariseren. Hierbij gaat het met name om het vinden van juist de kleinere groepjes mensen die samen een erfgoedgemeenschap vormen.

Opdracht

Het probleem is eigenlijk dat: “Erfgoed Ambtenaren en andere gebruikers die (meerdere) erfgoedgemeenschappen zouden willen vinden hebben eigenlijk geen manier om deze te vinden en mee te communiceren, en omdat zij zulke culturele invloed hebben, wat ook uitgelicht staat in het Faro verdrag, is het belangrijk dat wij de traditie en waarde levend houden i.p.v. een gebruik uit een vast verleden.”

En wat wij dus proberen te maken/op te lossen is: “een digitaal, open-source en duurzaam vriendelijke tool om deze gemeenschappen efficiënter te vinden, deze op een overzichtelijke manier te bezichtigen en mee te communiceren, zowel onder elkaar als vanuit jullie, zodat zij ook mee kunnen praten over het beleid.”

Concept

Wij ontwikkelen een AI-gedreven zoek- en matchmachine in PC-toepassing, specifiek ontworpen voor erfgoedgemeenschappen en iedereen die ermee in aanraking komt: burgers, erfgoedambtenaren, fondsen en de erfgoedgemeenschappen zelf.
Ons doel is om de afstand tussen deze partijen te verkleinen, de zichtbaarheid van erfgoedinitiatieven te vergroten en interactie te stimuleren via een gebruiksvriendelijke, intelligente interface.

Hoe ons concept werkt

Centraal in ons concept staat een AI-matchingmodule die functioneert op een manier die kan worden vergeleken met een “dating simulator”.
In plaats van profielen van personen, werkt onze tool met voorgesorteerde profielen van erfgoedgemeenschappen. De gebruiker geeft een aantal voorkeuren, noden of interesses in, waarna het systeem:

  1. deze invoer automatisch vertaalt naar slimme AI-prompts,
  2. en vervolgens meest passende erfgoedgemeenschappen voorstelt.

Op die manier wordt de complexiteit van erfgoedmatching weggenomen en vervangen door een intuïtieve, speelse en laagdrempelige ervaring.

Content en communicatie: actieve koppeling met de erfgoedgemeenschappen

Voor elke erfgoedgemeenschap wordt relevante informatie overzichtelijk weergegeven. Wij selecteren en structureren de content zó, dat deze meteen inzetbaar is voor communicatie en contact.
In elk resultaat wordt minstens opgenomen:

  • een duidelijk contactpunt (zoals het mailadres),

Hierdoor kan de gebruiker na de match contact leggen met de gemeenschap die het best aansluit op zijn of haar vraag, interesse of project.

Waarom dit concept?

Met ons concept willen wij:

  • de zichtbaarheid, vindbaarheid en toegankelijkheid van erfgoedgemeenschappen vergroten;
  • burgers en organisaties helpen sneller de juiste erfgoedpartners te vinden;
  • erfgoedambtenaren en fondsen ondersteunen bij het gericht verbinden van initiatieven;
  • een centrale, moderne en speelse tool creëren die erfgoedparticipatie versterkt.

Vragen

Erfgoedambtenaar

Hoe gebeurt het nu?:

  • In hoeverre ziet u een digitale, open-source tool als hulpmiddel om erfgoedgemeenschappen beter te vinden en te ondersteunen?
  • Waar loopt u momenteel het meest tegenaan wanneer u probeert erfgoedgemeenschappen (groot én klein) in kaart te brengen?
  • Welke informatie over erfgoedgemeenschappen mist u nu het meest om uw werk effectief te kunnen uitvoeren?
  • Hoe onderhoudt u momenteel contact met lokale erfgoedgemeenschappen, en waar zitten volgens u de grootste knelpunten in die communicatie?

Hoe zou de tool kunnen helpen?:

  • Zou een AI-gestuurd matchingsysteem u kunnen helpen bij beleidsvoorbereiding of participatieprocessen? Waarom wel of niet?
  • Bent u bezorgd over mogelijke risico’s van digitalisering of automatisering binnen het erfgoeddomein? Zo ja, welke?
  • In welke mate vindt u het belangrijk dat kleine, minder zichtbare erfgoedgroepen óók worden gevonden en gehoord? En hoe doet u dat nu?
  • Welke rol ziet u voor uzelf in het versterken van relaties tussen erfgoedgemeenschappen en de gemeente of RCE?
  • Hoeveel tijd en capaciteit heeft u doorgaans beschikbaar voor het zoeken, benaderen en ondersteunen van erfgoedgemeenschappen?
  • Welke functionaliteiten zou u onmisbaar vinden in een tool die erfgoedgemeenschappen inzichtelijk maakt?
  • Ziet u obstakels in het gebruik van een gedeelde, open database met contactgegevens van erfgoedgemeenschappen (bijv. privacy, betrouwbaarheid, actualiteit)?
  • Hoe denkt u dat een digitale tool kan bijdragen aan inclusie, participatie en gelijkwaardige samenwerking — centrale waarden uit het Faro Verdrag?
  • Werkt u nu al samen met vrijwilligers of lokale partners bij het identificeren van erfgoed initiatieven? Wat gaat daarin goed en wat minder?
  • Wat zou u nodig hebben om het gebruik van een dergelijke tool structureel in te passen in uw dagelijkse werk of beleidscyclus?

Wat hebben we nog gemist?:

  • Welke adviezen, wensen of aandachtspunten zou u ons willen meegeven om deze tool écht bruikbaar te maken voor erfgoed ambtenaren?

Erfgoedgemeenschappen

  • Als u zo de aanleiding hoort en de opdracht, zou het iets zijn waar u zich bij aan zou willen sluiten?
  • Hebt u, denkt u, enig belang aan het feit dat erfgoed ambtenaren en/of vrijwilligers u beter kunnen vinden?
  • Hoe ervaart u op dit moment het contact met erfgoedprofessionals of de gemeente?
  • Welke ondersteuning zou u idealiter willen van een erfgoedambtenaar of de RCE?
  • Waar liggen volgens u de grootste drempels in samenwerking tussen overheid en erfgoedgemeenschappen?
  • Bent u bang dat institutionele bemoeienis uw erfgoed zou kunnen veranderen? Hoe?
  • Bent u bereid zelf informatie aan te leveren of uw groep zichtbaar te maken in zo’n tool? Waarom wel/niet?
  • In hoeverre voelt u zich erkend als belangrijke erfgoedpartner binnen uw gemeente?
  • Voelt u dat uw erfgoed bijdraagt aan sociale cohesie, identiteit of gemeenschapsgevoel? Op welke manier?
  • Zijn er voorbeelden waarin uw gemeenschap andere groepen heeft betrokken of versterkt?
  • Hoeveel contact hebt u met andere erfgoedgemeenschappen?
  • Is het contact met andere erfgoedgemeenshappen voor u van belang?
  • Wat zou u mee willen geven aan beleidsmakers die werken met erfgoedgemeenschappen?
  • Wat zouden wij volgens u absoluut moeten meenemen in de ontwikkeling van deze tool?
  • Zijn er nog dingen die we niet besproken hebben, maar die u belangrijk vindt?

Burgers/vrijwilligers

Algemene vragen

  • Weet je wat cultureel erfgoed inhoudt?
    (Leg zo nodig uit wat een cultureel erfgoed is)
  • Heb je ooit al eerder erfgoed bezocht?
  • Weet jij over erfgoed in de regio?
  • Wat voor type erfgoed zou je het meest aanspreken om te bezoeken? (Historisch, activiteiten)

    (Leg zo nodig uit wat een erfgoedgemeenschap is)
  • Ken je iemand die deel is van een erfgoedgemeenschap, zoals door vrijwilligerswerk? 
  • Zou jij geïnteresseerd kunnen zijn in vrijwilliger te worden voor een erfgoed, zo ja, wat voor erfgoedgemeenschappen zou jij het meest aanspreken?

Interview resultaten:

Interviews Niek (De belangrijkste resultaten):

Moeder:

Mijn moeder blijkt vooral geïnteresseerd in historisch en levendig erfgoed, zoals activiteiten, rondleidingen en plekken waar verhalen verteld worden. Ze ervaart dat erfgoedinitiatieven in de regio vaak slecht zichtbaar zijn en dat het moeilijk is om te weten waar je moet beginnen als je vrijwilliger wilt worden. Ze zou wel openstaan voor vrijwilligerswerk, mits duidelijk is wat er van haar verwacht wordt en de gemeenschap laagdrempelig en warm is.
Voor onze tool betekent dit dat zichtbaarheid, duidelijke informatie en een toegankelijke presentatie van erfgoedgemeenschappen essentieel zijn. Bovendien werkt een speelse, intuïtieve interface voor haar motiverend, vooral wanneer meteen zichtbaar is waarom een bepaalde match bij haar past.

Vader:

Mijn vader heeft weinig interesse in erfgoed op zich, maar staat wel open voor praktische taken zoals onderhoud of technische klusjes. Voor hem is erfgoed geen vanzelfsprekende keuze en hij voelt zich er van nature niet mee verbonden. Wel ziet hij de logica en het nut van een AI-matchtool voor mensen die wél geïnteresseerd zijn.
Voor ons concept betekent dit dat we ook rekening moeten houden met gebruikers die geen erfgoedliefhebbers zijn. De tool moet daarom niet alleen matchen op inhoudelijke interesse, maar ook op taaksoorten en praktische betrokkenheid. Eenvoud, duidelijkheid en een snelle match zijn voor deze doelgroep belangrijk.

Erfgoedgemeenschap:

Uit het interview met Museum Oud-Lunteren blijkt dat zichtbaarheid en vindbaarheid op dit moment de grootste uitdagingen zijn. Veel inwoners weten niet wat het museum doet of wanneer zij welkom zijn, waardoor contact met vrijwilligers, bezoekers en erfgoedprofessionals vooral toevallig tot stand komt. De erfgoedgemeenschap ziet daarom direct de meerwaarde van een tool die hen actief en duidelijk presenteert, met een helder profiel, actuele informatie en een laagdrempelige manier om met hen in contact te komen. Voor hen is het bovendien belangrijk dat de redenen achter een match transparant zijn; ze willen begrijpen waarom iemand aan hen gekoppeld wordt en welke interesses of behoeften daarbij passen.

Daarnaast werd duidelijk dat gebruiksvriendelijkheid essentieel is. De vrijwilligers hebben beperkte tijd en capaciteit, dus de tool mag geen extra werkdruk creëren. Ze willen graag zelf controle houden over hoe hun organisatie wordt weergegeven, maar binnen een format dat eenvoudig te beheren is. Ook benadrukten zij dat de tool een belangrijke rol kan spelen in het verbeteren van de samenwerking tussen erfgoedgemeenschappen en de gemeente. Nu ervaren zij bureaucratische drempels, wisselende contactpersonen en weinig structureel overleg. Een centrale plek waar informatie samenkomt en waar zowel erfgoedambtenaren als lokale organisaties elkaar makkelijk kunnen vinden, zou voor hen veel betekenen.

Verder is er grote behoefte aan praktische ondersteuning, bijvoorbeeld bij subsidieaanvragen, vrijwilligerswerving en restauratievragen. Zij zouden het waardevol vinden als de tool niet alleen burgers met erfgoedgemeenschappen matcht, maar ook erfgoedgemeenschappen met ondersteunende partners zoals ambtenaren, experts of de RCE. Daarnaast blijkt dat erfgoedorganisaties onderling weinig contact hebben, terwijl zij dit wel als waardevol zien. De tool kan daarom ook bijdragen aan het opbouwen van een sterker netwerk tussen erfgoedgemeenschappen, door gerelateerde organisaties met elkaar te verbinden.

Tot slot verlangen zij naar meer erkenning binnen de gemeente en hopen ze dat de tool kan helpen hun impact en activiteiten zichtbaarder te maken. Vrijwilligerswerving blijft een structurele uitdaging, en ze denken dat de tool juist daar veel verschil kan maken door hun behoeften expliciet te tonen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de tool ondersteunend blijft en niet te veel invloed krijgt op hun authenticiteit; zij willen hun eigen identiteit en manier van werken behouden.

Erfgoed ambtenaar Robin:

– Wat is uw naam: Robin Raaijmakers

– Wat is uw huidige functie en werkgever?

Collega van Win (zit bij Wim in het team), zit bij het Faro team en voordat ze bij de RCE werkte ze in Oss bij de gemeente en zat ze ook op erfgoed.

Hoe gebeurt het nu?:

Komt bij de gemeente binnen en gaat op zoek naar gemeenschappen en gaat op zoek naar heemkunde kringen ( soort stichting vereniging die zich bezig houdt met de geschiedenis van de stad/dorp vaak oude witte mannen die zelf archieven etc hebben die zijn vaak in beeld en weten zelf ook de gemeente te vinden. In de meeste gemeenten blijft het daarbij en hebben ze alleen contact met de heemkundekring, ook vaak de molenaars in beeld. Dit gebeurt binnen de kleine gemeenten. Dus de meeste ambtenaren komen niet verder als dit. Vaak bij de gemeenten die groter zijn wordt er geflyerd of meer de wijk ingegaan om een gezicht te laten zien en bij evenementen om een gezicht te laten zien. De meest gangbare manier is dus gewoon via fysiek. Maar online is er nog niets waar gemeenschappen duidelijk te vinden zijn, dus wordt er online nog geen gebruik van gemaakt.

· In hoeverre ziet u een digitale, open-source tool als hulpmiddel om erfgoedgemeenschappen beter te vinden en te ondersteunen?

Ziet ze heel weinig gebeuren, dus nog niet, verschilt per gemeente in de grote, bij kleine gemeenten is er soms niet een 1 fte of een 0,5 fte.

· Waar loopt u momenteel het meest tegenaan wanneer u probeert erfgoedgemeenschappen (groot én klein) in kaart te brengen?

Je weet vaak niet naar wie je zoekt, je weet er moet meer zijn alleen ze vinden is heel lastig dus je moet op een of andere manier een ingang hebben maar dat is vrij lastig. Zodra je enige vorm van contact heb het contact goed onderhouden. Dus als gemeente opletten dat je ze niet alleen als uithangbord gebruikt maar dat de relatie van uit de gemeente niet alleen halen is maar ook geven, dus dat je ze wat meegeeft. Je moet er beide iets aan hebben. Voorbeeld: met die erfgoeddag in Oss dan heb je een speciale dag want ze doen veel voor jou dus is zo’n dag handig om dingen terug te geven, want ze zijn wel heel waardevol voor je.

· Hoe onderhoudt u momenteel contact met lokale erfgoedgemeenschappen, en waar zitten volgens u de grootste knelpunten in die communicatie?

Verschilt per gemeente. Voorbeeld: Oss is een grote gemeente met 23 dorpen dus contact met heemkundekringen. Contact ging vaak over nieuwe regels of ideeën die de overheid. Ging vaak over wat er ging gebeuren en of de heemkundekringen dan mee wilde kijken. Of het ging over subsidies vanuit de gemeente. De gemeenschappen zelf zoeken eigenlijk alleen contact wanneer iets niet goed loopt. Bijvoorbeeld als er een pand door de gemeente wordt gesloopt. Dus als er ontwikkelingen zijn in een open ruimte waardoor erfgoed in de knel komt dan nemen ze contact op met de gemeente. In Oss werd een erfgoedgemeenschap dag gehouden (een speciale dag om de gemeenschappen te bedanken) maar gebeurd niet vaak. Vaak hebben de gemeenten het idee van o daar gaan we weer en dat er bij de heemkundekringen vaak niet tevreden zijn omdat de gemeente het toch nooit goed doet.

· Zou een AI-gestuurd matchingsysteem u kunnen helpen bij beleidsvoorbereiding of participatieprocessen? Waarom wel of niet?

Er zit een zwakte in want niet alle gemeenschappen zijn online vindbaar, maar als je ons idee uitzet dan vindt je al veel meer dan je nu doet want nu gebeurt het nog want sommige gemeenschappen zien zichzelf niet als gemeenschap, maar de gemeenschappen die een beetje up to date zijn zullen wel online vindbaar zijn.

Zodra ze online vindbaar zijn zullen ze ook een mailadres hebben en de meeste heemkundekringen hebben ook een mailadres om contact op te nemen. Dus dat is een goed idee om dat in de tool te hebben.

· Bent u bezorgd over mogelijke risico’s van digitalisering of automatisering binnen het erfgoed domein? Zo ja, welke?

Nee, niet bezorgd over een hele goede stap voor het erfgoedveld, want waar we nu mee bezig zijn is nu een heel groot gat, maar het moet wel ethisch verantwoord zijn. Maar je wilt niet alleen de gemeenschappen vinden die heel wit zijn (heemkundekringen) maar dat er wel variatie moet zitten. Maar het is een heel goed idee want nu is het nog stoffig.

· In welke mate vindt u het belangrijk dat kleine, minder zichtbare erfgoed groepen óók worden gevonden en gehoord? En hoe doet u dat nu?

Heel belangrijk, want als je alleen op de vindbare heemkundekringen gaat, ga je beleid alleen op die kringen afstemmen, terwijl die kleine kringen heel waardevol zijn.

· Welke rol ziet u voor uzelf in het versterken van relaties tussen erfgoedgemeenschappen en de gemeente of RCE?

Best wel belangrijk want zo’n relatie is niet altijd even goed en het wordt ook steeds belangrijker want het contact is momenteel heel belangrijk

· Welke functionaliteiten zou u onmisbaar vinden in een tool die erfgoedgemeenschappen inzichtelijk maakt?

Dat je selectief kan zoeken zoals bijvoorbeeld op muziek, geloof etc. Maar dat is fijn want ambtenaren zijn vaak specifiek op zoek. Echter, ook alle erfgoedgemeenschappen kunnen zien en mailen tegelijkertijd over beleid zou prettig zijn. Het communicatie stuk (mailadres) dus dat het extra duwtje wordt gegeven om door te pakken. Eventueel een beetje informatie bij de gemeenschap. Eventueel ook nog wanneer de gemeente ze in de tool zet en ze hun dus in beeld hebben dan ook iets kleins dat de gemeenschap de gemeente ook in beeld krijgt, om het een wisselwerking te maken.

· Hoeveel tijd is er beschikbaar?

Ligt eraan hoe groot je team is en hoeveel tijd je krijgt van de gemeente. Maar na onderzoek blijkt er heel weinig tijd, dus kunnen ze er ook niet echt mee bezig zijn. Dus is onze tool heel handig want het is efficiënt. Eerst moeten de wettelijke taken gedaan worden, want als dat niet gebeurt kan dat juridische gevolgen hebben, maar als er weinig tijd is dan valt het extra werk zoals vinden van erfgoedgemeenschappen.

· Ziet u obstakels in het gebruik van een gedeelde, open database met contactgegevens van erfgoedgemeenschappen?

Klinkt als een goed idee wat wij nu hebben. Alternatief van ons schiet niet echt op want kost gewoon veel tijd. Als de gemeenschappen het zelf niet weten dat ze erin staan ethisch goed verantwoorden. Maar erfgoed loopt best wel achter want meestal oudere mensen. Dus wanneer de gemeente ze in beeld heeft

· Wat zou u nodig hebben om het gebruik van een dergelijke tool structureel in te passen in uw dagelijkse werk of beleidscyclus?

Duidelijke instructie (zo werkt het), en voorbeeld scenario’s van hoe je het in kan zetten. (Bijvoorbeeld wanneer er een subsidiepot is dat alle gemeenschappen daar mee kunnen werken)

· Welke adviezen, wensen of aandachtspunten zou u ons willen meegeven om deze tool écht bruikbaar te maken voor erfgoed ambtenaren?

Niks, alles goed duidelijk wat er te halen valt, maar ook wat er mis kan gaan, dus nu even niks.

Inzicht punten:

  • Er zit echt een gat, een plek voor innovatie en ruimte voor verbeteringen waar we nu zitten, ook op het gebied van inclusiviteit
  • Communicatie tussen erfgoedgemeenschappen en erfgoed ambtenaren is vooral vanuit de gemeentelijke kant, en wordt vaak lastig om te onderhouden. Ook omdat er weinig tijd is voor de erfgoed ambtenaren om hieraan te werken, zullen ze (uiteraard) eerst hun wettelijke taken moeten uitvoeren, voordat ze pas op het gebied van erfgoedgemeenschappen kunnen kijken.
  • Matching systeem is niet helemaal optimaal, een compleet overzicht van alle erfgoedgemeenschappen is ook gewenst
  • We zullen online niet alle erfgoedgemeenschappen weten te vinden, maar het zou al een enorme aanwinst zijn
  • Ethische dilemma van erfgoedgemeenschappen die niet weten of ze in een database worden gezet blijft, het probleem is ook dat als wij een mail zouden sturen met uitleg, een erfgoedgemeenschap van oude witte mannen erg in de stress en digibeet als ze zijn, niet weten wat ze zouden moeten doen.
  • Mail meegeven in onze app zal erg gewaardeerd worden, want dat geeft de erfgoedambtenaar dat ene extra zetje om in contact te komen
  • Tutorial zal waarschijnlijk nodig zijn voor digibeten
  • Wat kunnen gemeenten erfgoedgemeenschappen bieden? Erfgoeddag, of een workshop, naast natuurlijk iets van subsidies. 
  • Soms weten erfgoedgemeenschappen niet dat ze een erfgoedgemeenschap zijn, daarom is het waarschijnlijk handig om ze in ieder geval in te lichten over de tool en het feit dat de gemeenten er voor hen is

Co-creation:

Update gesprek Rijksdienst Cultureel Erfgoed

Gisteren bij Wim Burggraaff en twee collega’s geweest om over het project te vertellen. Paar krabbels die misschien ook voor jullie (Erfgoedgemeenschappen) relevant zijn:

  1. Erfgoedambtenaren van kleine gemeentes hebben vaak alleen tijd voor ruimtelijke zaken/ monumenten etc.
  2. In het culturele (“cultuurcoaches”) en sociale domein (bv “opbouwwerkers”) zijn ook vaak initiatieven gericht op of zoektochten naar lokale erfgoedgemeenschappen. Ook bij diversiteitsbeleid van gemeentes zie je (immaterieel) erfgoedvraagstukken langs komen. 
  3. Ik heb jullie drie ideeën gepitcht aan de hand van de tekstjes hierboven in de vorige post. Ze verwelkomen de bredere insteek (meer gebruiksgroepen), maar ze willen wel graag dat de erfgoedambtenaar ook in beeld blijft.
  4. Verder kwam het woord “erfgoedbeoefening” langs: zelfs het inzetten voor behoud van een gebouw of digitalisering van een fotoarchief is een “actieve erfgoedgemeenschap”.
  5. De woorden “publieke actie” (“openbaar en toegankelijk”) kregen we het nog over allerlei potentiële erfgoedgemeenschappen die wel de behoefte hebben om hun (soms internationale) “cultureel erfgoed” te delen, maar daarin onbedoeld worden tegengewerkt . Dit zie je onder andere teurg in de lijst projecten die net goedgekeurd zijn: https://faro.cultureelerfgoed.nl/thoughts/3270?utm_medium=email&utm_source=Platform+Faro.
  6. Daarop voortbouwend: mensen kunnen een collectieve herinnering hebben aan iets minder leuks wat in het verleden in hun land van herkomst heeft plaatsgevonden wat ze graag een plek willen geven. Het vakgebied “oral history” probeert verborgen geschiedenissen naar boven te halen, zodat die herinnerd kunnen worden.

Opleveren:

TO DO:

  • Sander vragen burger
  • Laurens belt Erfgoedmatch
  • Niek werkt Concept uit
  • Sander werkt mock-up’s uit
  • Iedereen ouders interviewen (morgen ochtend resultaten) (WOENSDAG)
  • Niek interviewt erfgoedgemeenschap
  • Niek werkt erfgoedgemeenschap uit 
  • Allemaal interview Erfgoedambtenaar
  • Laurens werkt interview out
  • Resultaten interview uitwerken
  • Sander en Niek werken opleverpunt 2 uit 
  • Laurens werkt opleverpunt 1 en 4 uit (DONDERDAG)
  • Stap 3 uitwerken + proof of concept (VRIJDAG)

DAO-Governance

Inleiding

In dit document, gericht aan de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed, leggen wij enkele principes op het gebied van eigenaarschap uit, en hoe deze verwerkt kunnen worden in het daadwerkelijke platform. 

Governance-principes

Als team hebben wij bij het bepalen van de governance-principes gebruikgemaakt van de DAO-principes (Decentralized Autonomous Organization). Deze principes geven richtlijnen voor het gezamenlijk besturen van digitale platformen en digitale gemeenschappen. Wij hebben deze DAO-principes vertaald naar de context van het project Van Erfgoed naar Erfbeter en aangepast aan de doelgroep van erfgoedambtenaren.

De belangrijkste principes die wij hebben gekozen zijn: duidelijke regels voor het gebruik van het platform en bijbehorende sancties, transparantie en onderlinge controle, de mogelijkheid voor gebruikers om mee te praten over regels en veranderingen, goede ondersteuning van gebruikers en een duidelijke onboarding voor nieuwe leden.

De gekozen governance-principes vullen elkaar aan. Ze zorgen ervoor dat het platform veilig en betrouwbaar blijft, terwijl het tegelijkertijd toegankelijk en bruikbaar is voor gebruikers met uiteenlopende digitale vaardigheden.

Gekozen principes

  • 1.6: Meepraten over regels
  • 1.7: Regels veranderen
  • 1.4: Regels voor straffen
  • 1.1: Regels voor het gebruik van het platform
  • 2.9: Controle op elkaar
  • 1.9: Leden helpen regels uitvoeren
  • 2.4: Nieuwe leden welkom
  • 2.9: Leden ondersteunen

Waarom deze principes?

De gebruikers van het platform zijn erfgoed ambtenaren. Hoewel dit professionals zijn, hebben zij een grote mate van invloed binnen het systeem en werken zij met waardevolle data. Dit brengt risico’s met zich mee, zoals mogelijk misbruik van functies of onzorgvuldig omgaan met informatie. Daarom zijn duidelijke regels en sancties noodzakelijk. Deze regels zorgen niet alleen voor controle, maar ook voor vertrouwen bij erfgoedgemeenschappen die afhankelijk zijn van het platform.

Daarnaast is transparantie belangrijk. Door inzichtelijk te maken wie wijzigingen aanbrengt in de database en hoe beslissingen worden genomen, wordt voorkomen dat het platform wordt gezien als een gesloten of eenzijdig systeem. Transparantie draagt bij aan legitimiteit en voorkomt onduidelijkheid of wantrouwen.

Tijdens de groepsdiscussie kwam ook naar voren dat veranderingen aan het platform niet zomaar mogen plaatsvinden. Erfgoed Ambtenaren moeten de mogelijkheid hebben om feedback te geven en mee te praten over aanpassingen. Dit zorgt voor meer draagvlak en helpt het platform beter aan te sluiten bij de praktijk.

Tot slot is toegankelijkheid een cruciale factor. Uit interviews en praktijkervaring blijkt dat veel erfgoed ambtenaren beperkte digitale vaardigheden hebben. Zonder goede begeleiding bestaat het risico dat het platform niet of nauwelijks wordt gebruikt. Ondersteuning, duidelijke uitleg en een goede onboarding zijn daarom essentieel voor het succes van het project.

Opdrachtgever

Voor de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed betekent dit dat er vanaf het begin duidelijke afspraken moeten worden vastgelegd over het gebruik van het platform. Deze regels moeten specifiek gericht zijn op erfgoed ambtenaren en rekening houden met hun professionele rol. Daarbij hoort ook een helder sanctiebeleid dat proportioneel is en aansluit bij de verantwoordelijkheden van de gebruikers.

Daarnaast moet de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed zorgen voor transparante systemen waarmee zichtbaar is wie welke wijzigingen aanbrengt en welke beslissingen worden genomen. Dit kan bijvoorbeeld door logging of versiebeheer. Ook is het belangrijk om communicatiekanalen in te richten waar gebruikers feedback kunnen geven en kunnen reageren op veranderingen.

Verder moet de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed investeren in ondersteuning van gebruikers. Denk hierbij aan een duidelijke tutorial, onboarding bij eerste gebruik en een help functie die gebruikers kunnen inschakelen wanneer zij vastlopen. De uitleg moet eenvoudig en begrijpelijk zijn, zodat ook gebruikers met beperkte digitale vaardigheden zelfstandig met het platform kunnen werken. Er zit in het product al een help functie, maar een duidelijke tutorial helemaal aan het begin zit er nog niet in.

Deze aanpak levert meerdere voordelen op. Het vergroot het vertrouwen van erfgoedgemeenschappen, vermindert de kans op conflicten of misbruik en zorgt voor meer gebruik van het platform. Daarnaast bevordert het een betere samenwerking tussen erfgoed ambtenaren en platform beheerders en draagt het bij aan een duurzaam en toekomstbestendig digitaal gemeenschappelijk goed.

Conclusie

Goede governance is een essentiële voorwaarde voor het succes van Van Erfgoed Naar Erfbeter. Door duidelijke regels en sancties te combineren met transparantie, inspraak en sterke ondersteuning ontstaat een platform dat zowel betrouwbaar als toegankelijk is.

De belangrijkste aanbevelingen aan de opdrachtgever zijn het vaststellen van heldere regels, het waarborgen van transparantie in besluitvorming, het actief betrekken van gebruikers bij veranderingen en het investeren in begeleiding en gebruiksvriendelijkheid. Door deze principes te volgen kan het platform uitgroeien tot een eerlijk, effectief en breed gedragen hulpmiddel voor het ondersteunen van erfgoed ambtenaren.

Prototype

Lo-fi

Tijdens het uitwerken van ons lo-fi-prototype hebben we eerst zoveel mogelijk user stories bekeken. Op basis daarvan hebben we vervolgens een aantal schermen uitgewerkt die wij als het belangrijkst beschouwden en deze hebben we verwerkt in een presentatie.

User stories

  • Erfgoed ambtenaar wil een lijst van erfgoedgemeenschappen in zijn/haar regio kunnen zien #
  • Een erfgoedgemeenschap die toegevoegd is aan de database wil kunnen aangeven dat zij hier niet deel aan willen nemen
  • Een erfgoedgemeenschap wil kunnen zien wat de gemeenten over hen weet
  • Fondsen willen erfgoedgemeenschappen die aansluiten bij hun evenement type kunnen vinden
  • Erfgoed ambtenaar wil contact informatie kunnen vinden van de erfgoedgemeenschappen die zij wilt contacteren
  • Erfgoed ambtenaar wil kunnen filteren op thema van erfgoedgemeenschappen
  • Erfgoed ambtenaar wil wat context van de erfgoedgemeenschappen kunnen lezen bij elke erfgoedgemeenschap 
  • Erfgoed ambtenaar wil een tutorial bij de hand hebben om de applicatie/website te begrijpen
  • Erfgoed ambtenaar wil meerdere erfgoedgemeenschappen tegelijkertijd kunnen bereiken op een snelle en efficiënte manier #
  • Erfgoed ambtenaar wil erfgoedgemeenschap handmatig kunnen toevoegen

Schermen

  • Beginscherm/tutorial
  • Filter systeem
    • Regio
    • Thema
    • Geverifieerd
  • Lijst van erfgoedgemeenschappen
    • (Selecteren)
  • Detailpagina erfgoedgemeenschap
    • Context
    • Contact
    • Beschrijving

Presentatie met de schermen lo-fi uitgewerkt: https://minor.88vandenberg88.nl/wp-content/uploads/2026/01/Lo-Fi-Prototype-Presentatie.pdf

Mid-fi

Ons werkende Mid-fi prototype: https://minor.88vandenberg88.nl/wp-content/uploads/2026/01/Van-Erfgoed-Naar-Erfbeter-Mi-Fi.pdf

Om te controleren of ons ontwerp goed aansluit bij de praktijk, hebben wij ons mid-fi prototype getest bij Robin Raaijmakers (erfgoedambtenaar). Tijdens deze test heeft zij feedback gegeven op de werking en inhoud van de tool. Deze feedback heeft ons geholpen om beter te begrijpen hoe erfgoed ambtenaren de tool zouden gebruiken.

Uit de test kwam naar voren dat niet iedere erfgoedgemeenschap gekoppeld is aan een fysiek gebouw. Sommige erfgoedgemeenschappen bestaan bijvoorbeeld alleen online. Dit betekent dat we moeten nadenken over hoe deze gemeenschappen op de kaart worden weergegeven, of dat hiervoor een andere oplossing nodig is. Dit hebben we al deels opgevangen door een toevoeging optie toe te voegen.

Daarnaast werd besproken dat erfgoedgemeenschappen mogelijk zelf toegevoegd kunnen worden aan de tool. Het is positief dat we hier al rekening mee hebben gehouden door ook een handmatige toevoeging optie te ontwerpen. Dit zorgt ervoor dat informatie gecontroleerd kan worden voordat deze zichtbaar wordt. En dat erfgoed ambtenaren erfgoedgemeenschappen toe kunnen voegen die online niet vindbaar zijn. 

Op het gebied van communicatie gaf Robin aan dat het handig kan zijn om bij het inloggen meerdere gemeenten te kunnen selecteren. Dit is vooral relevant wanneer een erfgoedambtenaar via een e-mailtemplate een hele provincie wil bereiken.

Ook is besproken waarop erfgoed ambtenaren willen filteren binnen de tool. Filters op basis van tags werden hierbij als belangrijk gezien. Voorbeelden van geschikte tags zijn: archief, archeologie, muziek, historie, vereniging en stichting. De tags hoeven niet heel specifiek te zijn; brede categorieën zijn voldoende en zorgen voor overzicht.

Tot slot is gekeken naar de rol van provinciale steunpunten voor erfgoed. Deze steunpunten zijn deels verbonden aan de overheid en deels zelfstandig. Het kan waardevol zijn om te onderzoeken of deze organisaties een rol kunnen spelen in het beheer van de tool en kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling.

High-fi

Na het Mid-fi prototype te hebben getest met de erfgoed ambtenaar hebben wij ons definitieve prototype gemaakt.

Pdf-bestand met de schermen en output van ons High-fi prototype: https://minor.88vandenberg88.nl/wp-content/uploads/2026/01/Van-Erfgoed-Naar-Erfbeter-Erfgoed-Speurhond-Prototype-Laatste-Versie-PDF-versie.pdf

Adviesrapport

Voor de opdrachtgever hebben wij een adviesrapport opgesteld op basis van verschillende opdrachten, interviews en presentaties. Met behulp van deze activiteiten hebben wij relevante informatie verzameld en geanalyseerd. De resultaten zijn vertaald naar concrete en onderbouwde adviezen die aansluiten bij de vraag van de opdrachtgever.

Binnen dit adviesrapport ben ik voornamelijk verantwoordelijk geweest voor hoofdstuk 1 (managementsamenvatting), hoofdstuk 3 (onderzoek) en paragraaf 4.2 (governance). Voor deze onderdelen heb ik de inhoud opgesteld, uitgewerkt en waar nodig onderbouwd met onderzoeksresultaten. Daarnaast heb ik de volledige tekst gecontroleerd op spelling en taalgebruik, zodat het rapport duidelijk en correct is geformuleerd.

Het adviesrapport: https://minor.88vandenberg88.nl/wp-content/uploads/2026/01/Van-Erfgoed-Naar-Erfbeter-Adviesrapport.pdf

Maken

In het project Van Erfgoed, Naar Erfbeter is een digitaal systeem ontworpen waarbij inclusiviteit en publieke waarden centraal staan. Tijdens het ontwerpproces is rekening gehouden met verschillende stakeholders, zoals erfgoedambtenaren, erfgoedgemeenschappen, fondsen, gemeenten en burgers. Door middel van onderzoek, interviews en een stakeholderanalyse is inzicht gekregen in hun wensen en knelpunten. Zo werd duidelijk dat veel erfgoedgemeenschappen moeilijk vindbaar zijn en dat erfgoedambtenaren moeite hebben om met hen in contact te komen. Deze inzichten hebben direct invloed gehad op het ontwerp en de gemaakte keuzes.

Bij het ontwerp is gebruikgemaakt van Value Sensitive Design. Publieke waarden zoals toegankelijkheid, transparantie, inclusiviteit en autonomie zijn vertaald naar concrete functies in het systeem. Erfgoedgemeenschappen krijgen bijvoorbeeld de mogelijkheid om zichzelf af te melden en inzicht te hebben in welke informatie over hen wordt gebruikt. Ook is bewust gekozen om AI alleen ondersteunend in te zetten en altijd te combineren met menselijke controle. Dit zorgt ervoor dat het systeem betrouwbaar blijft en dat er zorgvuldig wordt omgegaan met gevoelige informatie. Deze aanpak sluit aan bij het Verdrag van Faro, waarin participatie en de rol van mensen rondom erfgoed centraal staan.

In de ideationfase zijn meerdere ideeën uitgewerkt en met elkaar vergeleken, zoals een interactieve kaart, een AI-zoekfunctie en een matchingconcept. Deze ideeën zijn beoordeeld op gebruiksvriendelijkheid, maatschappelijke impact en haalbaarheid. Op basis van feedback en onderzoek is gekozen voor een platform dat erfgoedambtenaren ondersteunt bij het vinden, filteren en benaderen van erfgoedgemeenschappen. Deze keuze is onderbouwd vanuit de praktijk en sluit het beste aan bij de behoeften van de gebruikers.

De gekozen ideeën zijn vervolgens uitgewerkt in lo-fi en mid-fi prototypes. Met behulp van schermontwerpen, visuele flows en een beeldverhaal zijn de ideeën tastbaar gemaakt en getest. Hierdoor konden anderen het concept beter begrijpen en feedback geven. Deze feedback is gebruikt om het ontwerp te verbeteren, bijvoorbeeld door het toevoegen van duidelijke profielen en een eenvoudige tutorial voor gebruikers die minder digitaal vaardig zijn.

In het project is duidelijk te zien dat er is nagedacht over het systeem als onderdeel van een bredere publieke infrastructuur. Naast technische keuzes is aandacht besteed aan ethische, maatschappelijke en organisatorische aspecten. Er zijn governance-principes opgesteld rondom transparantie, inspraak en ondersteuning, zodat het platform duurzaam en betrouwbaar kan functioneren. Ook is gekeken naar de maatschappelijke en economische waarde van erfgoedgemeenschappen voor gemeenten en fondsen. Hierdoor is een goed onderbouwd prototype ontstaan dat niet alleen functioneel is, maar ook bijdraagt aan publieke waarden.

Delen

Commons Challange

Inleiding

OpenStreetMap is een digitale commons: een open en gedeelde databron die door een gemeenschap van vrijwilligers wordt opgebouwd en onderhouden. De waarde van deze commons ontstaat doordat gebruikers actief bijdragen en verbeteringen voor iedereen beschikbaar maken. In dit project heb ik bijgedragen aan deze commons door gebouwen toe te voegen in Lunteren, in en rondom het industriegebied De Stroet waar momenteel wordt bijgebouwd.

Before
In de oorspronkelijke situatie waren de nieuwe straten in het gebied al zichtbaar in OpenStreetMap, maar ontbraken de bijbehorende gebouwen. Hierdoor gaf de kaart een onvolledig beeld van het gebied en was niet duidelijk welke panden er daadwerkelijk aanwezig waren.

Proces

Als eerste stap heb ik een account aangemaakt bij OpenStreetMap. Tijdens het aanmaken van dit account kreeg ik automatisch een introductietutorial waarin werd uitgelegd hoe je objecten kunt toevoegen, aanpassen en verwijderen. Omdat dit mijn eerste keer werken met OpenStreetMap was, heeft deze tutorial mij geholpen om de basis van het platform te begrijpen en vertrouwd te raken met de werkwijze.

Vervolgens heb ik het gebied onderzocht waar ik gebouwen wilde toevoegen, specifiek het industriegebied De Stroet in Lunteren. Ik heb eerst bekeken welke objecten al aanwezig waren op de kaart. Daarna heb ik deze informatie vergeleken met de gegevens uit de BAG-viewer om te bepalen welke gebouwen nog ontbraken in OpenStreetMap.

De ontbrekende gebouwen heb ik handmatig toegevoegd. Hierbij heb ik telkens de vorm van het gebouw nagetekend op basis van de BAG-gegevens. Per gebouw heb ik relevante attributen ingevuld, zoals het adres en het identificatienummer van het pand. Dit maakt de data concreter, beter verifieerbaar en betrouwbaarder voor andere gebruikers van OpenStreetMap.

Tijdens het bewerken in OpenStreetMap was links in de editor het invoerpaneel zichtbaar met de gebouwgegevens, terwijl rechts de kaartweergave te zien was waarop ik de vorm en locatie van de gebouwen kon intekenen. Deze combinatie maakte het mogelijk om nauwkeurig te werken en de BAG-data correct te vertalen naar de kaart.

After
Na het toevoegen van de gebouwen zijn de panden nu duidelijk zichtbaar op de kaart. De gebouwen zijn ingetekend op basis van officiële gegevens uit de BAG-viewer en aangevuld met relevante attributen zoals adresgegevens en pandidentificatienummers. Dit zorgt voor een vollediger en realistischer kaartbeeld.

Terugblik

Mijn bijdrage voegt waarde toe doordat recente ontwikkelingen nu correct zichtbaar zijn op de kaart. Dit vergroot de actualiteit en betrouwbaarheid van OpenStreetMap, wat belangrijk is voor iedereen die gebruikmaakt van open kaartdata, zoals bewoners, bedrijven en applicaties voor navigatie en planning. Door ontbrekende gebouwen toe te voegen, wordt een concreet gat in de bestaande data opgevuld. Dit laat zien dat ik begrijp dat commons afhankelijk zijn van actieve bijdragen die inspelen op actuele en lokale veranderingen.

Mijn oplossing blijft volledig onafhankelijk van mij als maker, omdat alle gegevens direct zijn ingevoerd in OpenStreetMap zelf. De data wordt beheerd binnen de internationale OSM-infrastructuur en blijft beschikbaar, ook als ik zelf geen verdere bijdragen meer lever. Andere gebruikers kunnen mijn werk bekijken, aanpassen en uitbreiden.

Daarnaast zorgt de OpenStreetMap-gemeenschap voor kwaliteitsbewaking via revisies en feedback. Hierdoor kan mijn bijdrage worden verbeterd of gecorrigeerd door anderen. In mijn changesets heb ik duidelijke bronvermeldingen toegevoegd, zodat voor andere mappers inzichtelijk is hoe de data tot stand is gekomen. Dit maakt het voor anderen eenvoudig om verder te werken op basis van mijn bijdrage.

Voor het toevoegen van de gebouwen heb ik eerst onderzocht welke data al aanwezig was in OpenStreetMap. De nieuwe straten in het industriegebied waren al ingetekend, maar de gebouwen ontbraken nog. Vervolgens heb ik gebruikgemaakt van de BAG-viewer om te controleren welke gebouwen officieel geregistreerd en zichtbaar waren. Daarnaast heb ik luchtfoto’s van PDOK gebruikt om de ligging en vorm van de bebouwing te controleren.

Een uitdaging tijdens dit proces was het correct interpreteren van luchtfoto’s en BAG-data, omdat sommige gebouwen nog in aanbouw waren. Dit heb ik opgelost door alleen gebouwen toe te voegen die al duidelijk zichtbaar en geregistreerd waren, om fouten en speculatie te voorkomen. Door deze zorgvuldige aanpak blijft de kwaliteit van de commons gewaarborgd.

Mijn werkwijze is reproduceerbaar: andere vrijwilligers kunnen dezelfde stappen volgen om nieuwbouw in hun eigen omgeving toe te voegen. Hiermee draag ik niet alleen data bij, maar ook een methode.

OpenStreetMap maakt gebruik van de Open Database License (ODbL). Deze licentie is passend voor een digitale commons, omdat zij garandeert dat de data vrij te gebruiken, te delen en te bewerken is, zolang afgeleide werken onder dezelfde open voorwaarden beschikbaar blijven. Dit stimuleert samenwerking en voorkomt dat publieke data wordt afgesloten voor commercieel of privégebruik.

Door mijn bijdrage onder de ODbL te publiceren, zorg ik ervoor dat de toegevoegde gegevens onderdeel blijven van een open en gedeelde kennisbron. Deze keuze sluit aan bij het doel van de commons: maximale toegankelijkheid, transparantie en hergebruik voor iedereen.

Bronnenlijst

BAG Viewer. (z.d.). https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/?searchQuery=lunter&objectId=2765&theme=BRT+Achtergrond&geometry.x=171068.709&geometry.y=456951.4525&zoomlevel=7.526539241795907

Externe Events

In dit blok ben ik naar drie externe evenementen gegaan die aansluiten bij de onderwerpen van de minor. In het vorige blok ben ik maar naar één extern evenement geweest.

De evenementen vonden plaats bij De Balie en Pakhuis de Zwijger en gingen over technologie in relatie tot feminisme, geopolitiek en kunstmatige intelligentie. Door deze verschillende onderwerpen naast elkaar te zien, heb ik een beter en breder beeld gekregen van hoe technologie invloed heeft op de samenleving. Dit helpt mij om de inhoud van de minor beter te begrijpen en toe te passen in mijn eigen werk.

Techwapens van het feminisme (De Balie)

Dit was een van de externe evenementen die ik heb gevolgd binnen de minor. Ik vond het interessant om een maatschappelijke en technologische discussie te zien die sterk aansluit bij thema’s als macht, media en technologie. Het evenement liet zien hoe technologie niet alleen technisch is, maar ook cultureel en politiek wordt ingezet. Dit gaf me een breder perspectief op hoe technologie invloed heeft op sociale verhoudingen.

Samenvatting

Het evenement Techwapens van het feminisme ging over hoe feministen technologie gebruiken om online tegenmacht te bieden, bijvoorbeeld tegen vrouwenhaat en de manosfeer. Er werd gesproken over sociale media, podcasts en andere digitale middelen als instrumenten voor activisme. Het event maakte duidelijk dat technologie zowel kan onderdrukken als emanciperen, afhankelijk van hoe deze wordt gebruikt.

Nieuwe inzichten

Wat ik vooraf nog niet goed besefte, is hoe bewust en strategisch feministische bewegingen omgaan met digitale platforms. Het gaat niet alleen om protest, maar ook om storytelling, zichtbaarheid en het slim inzetten van media. Dit sluit goed aan bij de minor, omdat het laat zien hoe technologie en communicatie vormgeven aan maatschappelijke verandering.

Wat ik anders ga doen

Door dit evenement ga ik kritischer kijken naar de rol van sociale media en algoritmes in maatschappelijke discussies. Concreet wil ik onderzoeken hoe bepaalde online platforms bijdragen aan polarisatie, maar ook hoe ze kunnen worden ingezet voor positieve verandering. Ik wil hierbij minder uitgaan van aannames en meer analyseren hoe technologie in de praktijk werkt.

Interessante sprekers

Eva Hofman
Eva Hofman leidde het gesprek en bracht veel voorbeelden uit haar journalistieke werk in. Ze wist abstracte thema’s zoals online macht en gender heel concreet te maken. Ik vond haar interessant omdat ze technologie benadert vanuit cultuur en media, en niet alleen vanuit techniek.

Süeda Isik
Süeda Isik sprak over hoe jongeren omgaan met sociale media en feministische thema’s online. Haar perspectief maakte duidelijk dat activisme ook ontstaat in alledaagse online interacties. Ik vond haar bijdrage interessant omdat ze liet zien hoe nieuwe generaties technologie op hun eigen manier inzetten.

Nieuwe bronnen

  • Het boek Man neem vrouw van Eva Hofman
  • De Balie-podcast over Techwapens van het feminisme, waarin het gesprek verder wordt uitgediept

Mee eens

Ik was het eens met de gedachte dat technologie nooit neutraal is en altijd bepaalde machtsstructuren weerspiegelt. Het idee dat feminisme technologie niet afwijst, maar juist probeert te herdefiniëren, vond ik sterk en relevant voor deze minor.

Mee oneens

Hoewel ik het eens was met veel kritiek op technologie en online machtsstructuren, vond ik sommige uitspraken te optimistisch over wat online activisme kan bereiken. Er werd soms gesuggereerd dat sociale media voldoende zijn om structurele ongelijkheid tegen te gaan. Ik denk juist dat deze platforms zelf onderdeel zijn van het probleem, omdat ze worden gestuurd door commerciële belangen en algoritmes die polarisatie versterken. Zonder grotere veranderingen op beleids- en platformniveau blijft de impact volgens mij beperkt.

Externe evenementen

ASML: onderhandelings-chip in een geopolitieke thriller (De Balie)

Dit evenement gaf mij inzicht in een heel andere kant van technologie dan waar we in de minor vaak mee bezig zijn. De focus lag niet op design of creativiteit, maar op geopolitiek, macht en internationale afhankelijkheid. Ik vond het interessant om te zien hoe één technologisch bedrijf zo’n grote rol speelt in wereldwijde politieke spanningen.

Samenvatting

Het evenement ging over de geopolitieke rol van ASML en de afhankelijkheid van chiptechnologie wereldwijd. Er werd besproken hoe landen als de Verenigde Staten en China technologie inzetten als strategisch drukmiddel. Het gesprek liet zien dat technologische innovatie sterk wordt beïnvloed door politieke belangen en internationale machtsverhoudingen.

Nieuwe inzichten

Wat ik vooraf niet wist, is hoe uniek de positie van ASML is binnen de wereldwijde chipindustrie. Ook werd duidelijk hoe exportbeperkingen en politieke besluiten directe invloed hebben op technologische ontwikkeling. Dit is relevant voor de minor omdat het laat zien dat technologie nooit losstaat van economie, macht en ethiek.

Wat ik anders ga doen

Na dit evenement ga ik technologie meer bekijken vanuit een geopolitiek perspectief. Concreet wil ik bij technologische ontwikkelingen vaker onderzoeken welke landen, bedrijven of machtsblokken er invloed op uitoefenen. Ook ga ik nieuws over technologie minder als “neutraal” zien en meer letten op de politieke context erachter.

Interessante sprekers

Haroon Sheikh
Haroon Sheikh sprak over technologie in relatie tot spionage, staatsmacht en veiligheid. Hij liet zien hoe technologische kennis zelf een strategisch wapen kan zijn. Ik vond hem interessant omdat hij abstracte geopolitieke processen concreet maakt met journalistieke voorbeelden.

Rem Korteweg
Rem Korteweg gaf duiding aan de internationale spanningen rondom chiptechnologie en de positie van Europa. Zijn bijdrage hielp om de rol van ASML te plaatsen binnen bredere machtsverhoudingen tussen grootmachten. Ik vond dit interessant omdat hij technologie koppelt aan lange-termijn geopolitieke strategieën.

Nieuwe bronnen

  • Achtergrondartikelen en analyses van Huib Modderkolk over technologie en veiligheid
  • Publicaties en interviews van Rem Korteweg over geopolitiek en Europa

Mee eens

Ik was het eens met de stelling dat technologie tegenwoordig een strategisch machtsmiddel is in geopolitiek. Ook vond ik het overtuigend dat Europa bewuster moet omgaan met zijn technologische positie en niet volledig afhankelijk moet zijn van andere grootmachten.

Mee oneens

Tijdens het evenement lag de nadruk sterk op controle en regulering van technologie. Hoewel ik begrijp waarom dit belangrijk is, vond ik dat er weinig aandacht was voor de mogelijke negatieve gevolgen voor innovatie en internationale samenwerking. Te strenge beperkingen kunnen technologische vooruitgang afremmen, terwijl samenwerking juist ook kansen biedt.

The People vs AI (Pakhuis de Zwijger)

The People vs AI was een extern evenement dat goed aansloot bij de thema’s van de minor. Ik vond het interessant om te zien hoe kunstmatige intelligentie niet alleen technisch wordt besproken, maar vooral vanuit maatschappelijk en menselijk perspectief. Het evenement liet zien dat AI veel invloed heeft op het dagelijks leven van mensen, vooral wanneer het wordt gebruikt door overheden.

Samenvatting

Het evenement The People vs AI ging over het gebruik van AI en data binnen de publieke sector, zoals bij gemeenten. De sprekers bespraken welke risico’s dit met zich meebrengt, bijvoorbeeld op het gebied van privacy, discriminatie en transparantie. Centraal stond de vraag hoe technologie eerlijker en inclusiever kan worden ontworpen, zodat deze voor iedereen werkt.

Nieuwe inzichten

Wat mij vooral is bijgebleven, is dat AI-systemen al op veel plekken worden gebruikt waar je dat misschien niet direct verwacht, zoals bij gemeentelijke diensten. Deze systemen kunnen grote gevolgen hebben voor mensen, bijvoorbeeld bij beslissingen over hulp of controle. Voor de minor is dit relevant, omdat het laat zien dat technologie nooit neutraal is en altijd invloed heeft op de samenleving.

Wat ik anders ga doen

Door dit evenement ga ik bij technologische projecten meer nadenken over wie er invloed heeft op een systeem en wie niet. Concreet wil ik bij toekomstige opdrachten niet alleen kijken naar hoe iets werkt, maar ook naar voor wie het is bedoeld. Ook wil ik vaker kritisch nadenken over ethiek en verantwoordelijkheid bij het ontwerpen of gebruiken van AI.

Interessante sprekers

Kristina Weißmüller
Zij sprak over hoe belangrijk het is dat verschillende groepen mensen worden meegenomen bij het ontwerpen van AI-systemen. Ik vond haar interessant omdat ze duidelijk uitlegde waarom representatie belangrijk is en hoe technologie anders kan uitpakken voor verschillende groepen.

Douwe Schmidt
Hij gaf voorbeelden uit de praktijk van hoe AI al wordt gebruikt binnen de gemeente Amsterdam. Zijn bijdrage maakte het onderwerp heel concreet en liet zien dat ethische vraagstukken niet alleen theoretisch zijn, maar ook echt spelen in het werkveld.

Nieuwe bronnen

  • Programma’s en publicaties van Pakhuis de Zwijger over AI en maatschappij
  • Ontwerptools en projecten die tijdens het event werden genoemd, waarin AI en macht visueel worden gemaakt

Mee eens

Ik was het eens met de stelling dat AI alleen eerlijk kan zijn als er goed wordt nagedacht over wie meebeslist. Het is belangrijk dat technologie niet alleen door experts wordt ontworpen, maar ook rekening houdt met verschillende perspectieven. Dit sluit goed aan bij de minor, waarin kritisch kijken naar technologie centraal staat.

Mee oneens

Soms werd de indruk gewekt dat het betrekken van burgers automatisch zorgt voor betere en eerlijkere AI. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Zonder duidelijke regels en verantwoordelijkheid kan deze betrokkenheid ook oppervlakkig blijven. Volgens mij is er naast participatie ook sterke wetgeving en controle nodig.

Switching Software

Gebruik je het alternatief nog steeds? Waarom wel/niet?
Ik gebruik Mozilla Firefox nog wel, maar vooral omdat ik eraan gewend ben geraakt, niet omdat ik het per se beter vind. De browser werkt prima, maar ik merk geen grote voordelen ten opzichte van mijn vorige browser. Sommige dingen voelen zelfs iets minder soepel aan dan bij Microsoft Edge, vooral qua snelheid en integratie met andere software.

Hoe heeft deze switch je kijk op privacy en “gratis software” beïnvloed?
De overstap heeft me wel iets bewuster gemaakt van privacy en dat “gratis software” vaak geld verdient via data. Tegelijkertijd merk ik dat privacy in de praktijk voor mij geen doorslaggevende factor is in dagelijks gebruik. Ik let er meer op dan eerst, maar het heeft mijn gedrag niet drastisch veranderd.

Zou je nog een volgende switch willen proberen? Zo ja, welke en waarom?
Ik zou eventueel nog een andere browser willen proberen, maar niet uit enthousiasme. Meer uit nieuwsgierigheid of omdat het moet voor een opdracht. Zolang een browser gewoon goed werkt, zie ik zelf weinig reden om vaak te wisselen.

Welke tip zou je aan een medestudent geven die ook wil overstappen?
Mijn tip is om niet te hoge verwachtingen te hebben van zo’n overstap. De verschillen zijn kleiner dan je misschien denkt. Zorg er vooral voor dat je je gegevens goed meeneemt en kijk of het nieuwe alternatief echt bij jouw manier van werken past.

Organiseren klassenevent

Voor het klassenevent is er een website ontwikkeld ter ondersteuning van het evenement. Ik heb hierbij een actieve rol gespeeld in zowel de organisatie van het evenement als in de voorbereiding van de website. Samen met Laurens, Duncan en Lars was ik verantwoordelijk voor het verzamelen, inventariseren en structureren van de content die op de website geplaatst zou worden.

Om dit gestructureerd aan te pakken, hebben wij gezamenlijk overlegd over de inhoud en functionaliteit van de website. Tijdens dit overleg hebben we een overzicht opgesteld van de onderdelen die volgens ons essentieel waren om het evenement goed te presenteren. Voorbeelden hiervan zijn de Commons Challenge-posters, de public stack scan en een selectie van opdrachten van medestudenten per week. Hierbij is bewust gekeken naar relevantie, overzicht en samenhang binnen de website.

Mijn bijdrage binnen het team bestond uit het verzamelen van de werken van de eerste drie weken van blok 1. Op het moment dat duidelijk werd dat de website content nodig had van alle zes weken uit dit blok, heb ik mij gericht op het ophalen, ordenen en controleren van de opdrachten uit week 1, 2 en 3. Hierbij heb ik ervoor gezorgd dat de werken compleet waren en geschikt om op de website te plaatsen. Door deze werkzaamheden aan te leveren, heb ik bijgedragen aan een overzichtelijke en tijdige aanlevering van content voor de website, waardoor het verdere uitwerken en vormgeven van de website efficiënt kon verlopen.

Op basis van de door ons opgestelde contentinventaris zijn Duncan en Freek vervolgens gestart met het technisch uitwerken en vormgeven van de website.

Reflectie op de minor

Beste meneer de Jong,

Bij deze een reflectie op de minor ‘Het internet is stuk, maar we gaan het repareren’ die ik volg op de Hogeschool van Amsterdam (HvA).

Wat houdt de minor in?

Binnen deze minor staat de public stack centraal. In het eerste blok hebben we de public stack uitgebreid verkend en leren begrijpen. Kort gezegd is de public stack een open digitale basis die van iedereen is, en niet in handen van grote techbedrijven. Het uitgangspunt is dat overheid en samenleving samen bepalen hoe technologie wordt ingezet, met aandacht voor privacy, transparantie en controle.

In dit eerste blok kwamen verschillende perspectieven aan bod. Elke week bekeken we het internet vanuit een ander invalshoek binnen de public stack. We begonnen met ethiek, waarbij we stilstonden bij de afwegingen die worden gemaakt tijdens het ontwerpen van een applicatie en de mogelijke gevolgen daarvan. Vervolgens keken we vanuit ICT naar hoe applicaties op het internet terechtkomen. Daarna kwamen ook de perspectieven van recht, economie en design aan bod.

Voor elk van deze perspectieven maakte ik opdrachten die ik vervolgens verwerkte in mijn portfolio. Daarnaast moest ik in dit blok een plan van aanpak opstellen voor mijn Commons Challenge. Dit hield in dat ik zelf een bijdrage leverde aan een common: iets wat door de gemeenschap wordt onderhouden, zoals Wikipedia of OpenStreetMap. Ook bezocht ik externe evenementen die aansloten bij het thema van de minor.

Aan het einde van dit eerste blok voerde ik een afsluitend gesprek waarin ik mijn portfolio heb besproken. Dit gesprek werd afgesloten met een 7,5, waarmee ik de eerste 15 studiepunten behaalde.

In het tweede blok werkten we in groepsverband aan een opdracht van een externe opdrachtgever. Om deze opdracht gestructureerd aan te pakken, werkten we met sprints op school. In de eerste week verkenden we de opdracht, gevolgd door het opstellen van een plan van aanpak in de tweede week. In de derde week bedachten en werkten we drie ideeën uit. Daarna maakten we een proof of concept.

In de daaropvolgende weken ontwikkelden we een prototype, testten en verbeterden we dit, en stelden we uiteindelijk een adviesrapport op. Ook in dit blok was het verplicht om twee externe evenementen te bezoeken die aansloten bij het onderwerp van de minor.

Net als in het eerste blok sloot ik ook dit blok af met een eindgesprek, goed voor opnieuw 15 studiepunten.

Mijn kijk op technologie en publieke waarden

Deze minor heeft mijn kijk op technologie veranderd. Vooraf zag ik technologie vooral als iets praktisch en functioneels dat het leven makkelijker maakt. Tijdens de minor heb ik geleerd dat technologie niet neutraal is. Achter elke app, website of digitaal systeem zitten bewuste keuzes die invloed hebben op hoe mensen ermee omgaan en wie er voordeel van heeft. Daardoor kijk ik nu kritischer naar de digitale wereld en stel ik mezelf vaker vragen zoals: wie bepaalt hoe een platform werkt, wat gebeurt er met onze data en wie heeft daar uiteindelijk baat bij? Tegelijk heb ik geleerd dat technologie ook anders kan worden ingericht, met meer aandacht voor publieke waarden zoals privacy, transparantie en inclusiviteit.

Daarnaast ben ik me meer bewust geworden van hoe technologie is opgebouwd. Vooral de onderliggende infrastructuur van het internet speelt een grote rol in wie de controle heeft. Als deze infrastructuur commercieel of gesloten is, heeft dat directe gevolgen voor gebruikers. Ook heb ik geleerd dat waarden niet achteraf aan technologie toegevoegd kunnen worden, maar al vanaf het begin meegenomen moeten worden in het ontwerp. Verder is duidelijk geworden dat verandering niet alleen bij individuele gebruikers ligt, maar vraagt om samenwerking tussen verschillende partijen, zoals overheden, ontwerpers en ontwikkelaars.

Tot slot heb ik ook veel over mezelf geleerd. Ik merkte dat ik technologie vaak beoordeelde op gebruiksgemak en efficiëntie, maar nu bewuster kijk naar de maatschappelijke impact van digitale oplossingen. Daarnaast ontdekte ik dat ik sterker ben in kritisch en conceptueel nadenken dan ik dacht, vooral wanneer theorie en praktijk samenkomen. Ook heb ik ervaren dat samenwerken helpt om vraagstukken beter te begrijpen, doordat verschillende perspectieven samenkomen.

Hoogtepunt van deze minor

Het grootste hoogtepunt van deze minor vond ik de Commons Challenge. Dit onderdeel sprak mij het meest aan, omdat ik hierbij niet alleen theoretisch bezig was, maar ook daadwerkelijk iets heb bijgedragen aan een bestaande common. Het idee dat je werkt aan iets wat door en voor de gemeenschap wordt onderhouden, maakte het project betekenisvoller dan veel andere schoolopdrachten.

Tijdens de Commons Challenge leerde ik anders kijken naar eigenaarschap en verantwoordelijkheid binnen digitale systemen. In plaats van werken voor een commercieel platform, stond het collectieve belang centraal. Dit zorgde ervoor dat ik bewuster nadacht over publieke waarden zoals toegankelijkheid, transparantie en duurzaamheid. Ook vond ik het prettig dat ik veel vrijheid had om zelf invulling te geven aan mijn bijdrage, wat mijn motivatie vergrootte.

De Commons Challenge liet mij zien dat technologie niet alleen ingezet kan worden voor winst of efficiëntie, maar ook voor maatschappelijke waarde. Dit inzicht sluit goed aan bij de kern van de minor en heeft mijn kijk op technologie verder verdiept.

Wat ik meeneem naar mijn beroepspraktijk

Het belangrijkste wat ik meeneem naar mijn toekomstige beroepspraktijk is het besef dat waarden een vaste plek moeten krijgen in het ontwerpproces. Deze minor heeft mij geleerd dat aspecten zoals privacy, transparantie, inclusiviteit en autonomie niet iets zijn wat je achteraf toevoegt, maar al vanaf het begin meegenomen moeten worden in de keuzes die je maakt.

Wat terug zou moeten komen in het curriculum van mijn opleiding

Vanuit mijn opleiding Bedrijfskunde vind ik dat onderwerpen rondom technologie, publieke waarden en de invloed van Big Tech standaard terug zouden moeten komen in het curriculum. Binnen de opleiding ligt de focus nu vooral op efficiëntie, bedrijfsprocessen, verdienmodellen en strategie, terwijl de maatschappelijke impact van digitale technologie daarin nog weinig aandacht krijgt. Juist omdat bedrijven steeds digitaler worden, is het belangrijk dat toekomstige bedrijfskundigen begrijpen welke gevolgen technologische keuzes hebben voor klanten, medewerkers en de samenleving.

Met vriendelijke groet,

Niek van den Berg

Scroll to Top